Samenwerking

Er zijn verschillende overwegingen om biogas of groen gas te gaan produceren. In de oriëntatiefase onderzoekt u mogelijke samenwerkingsverbanden met afnemers en producenten.

Transport van reststromen

U kunt besparen op de aanlevering van reststromen door met lokale producenten samen te werken. U deelt dan de kosten van het transport.

De lokale warmtebehoefte

De warmte die vrijkomt bij het vergistingsproces kunt u wellicht lokaal inzetten. Denk aan het verwarmen van (eigen) pluimveestallen of een (toekomstige) woonwijk, een oude woonwijk op stadsverwarming of kantoorgebouwen.

Overleg netbeheerder

Wilt u groen gas invoeden op het gasnet neemt u dan vroegtijdig contact op met de netbeheerder. Deze kan u informeren over de mogelijkheden en de kosten van een groengasaansluiting. Tussen het eerste contact met de netbeheerder, de bouw van een aansluiting en het daadwerkelijk invoeden van groen gas zit veel tijd. Houdt u rekening met minimaal een jaar.

Invoeden gasnet

Denkt u aan het invoeden van groen gas op het gasnet? Dan kunt u informeren bij de regionale netbeheerder naar de mogelijkheden. Weet u niet wie uw lokale netbeheerder is? U kunt deze gemakkelijk achterhalen. Gaat u grote hoeveelheden groen gas invoeden? Of weet u nu al dat u dit in de toekomst gaan doen? Neem dan ook contact op met Gasunie Transport Services, de beheerder van het landelijke gasnet.

De netbeheerder kan u na het eerste contact een indicatie geven van de kosten van een aansluiting op het gasnet. Daarbij wordt ook aangegeven:

  • waar het invoedpunt gerealiseerd kan worden
  • wat het netvlak en drukniveau is waarop ingevoed kan worden
  • wat de maximale invoedcapaciteit over het jaar (ongeveer) is
  • wat de specificaties zijn voor het in te voeden gas
  • wat eventuele andere aanvullende voorwaarden zijn.

Businessscase

De prijsindicatie van de netbeheerder kan samen met de toegestuurde specificaties gebruikt worden voor het verder uitwerken van een businesscase, het ontwerpen van de installatie en het aanvragen van SDE+. Wanneer uw businesscase op orde is, kunt u bij de netbeheerder een definitieve aanvraag voor een groengasaansluiting doen.

Interessante links

Biomassa

We onderscheiden de volgende biomassastromen:

  • Agrarisch – mest, mais, energieteelt, tuinbouwafval, loof
  • Industrieel – slib, vetten, bedorven voedingsmiddelen
  • Overheid – bermgras, rioolwater, GFT.

Het is noodzakelijk om al in de oriëntatiefase te bepalen hoeveel biomassa er beschikbaar is. De volgende vragen helpen u daarbij op weg:

  • Welke reststromen zijn er op het bedrijf beschikbaar? In welke hoeveelheden zijn deze reststromen beschikbaar?
  • Moet er gewerkt worden met cosubstraten? Zo ja, hoeveel cosubstraten zijn nodig?
  • Welk cosubstraten zijn beschikbaar? Onderzoekt u ook de beschikbare cosubstraten in uw nabije omgeving.
  • Op welk tijdstip in het jaar zijn deze substraten beschikbaar? Let op: een vergister moet het hele jaar door gevoed worden.
  • Welke biomassaplaatsen zijn beschikbaar?
Kenmerken digestaat

Digestaat is door de afbraak van organische stof in de vergister een goed verpompbare vloeistof, vergelijkbaar met drijfmest. De viscositeit van digestaat is laag, wat feitelijk betekent dat het minder ‘plakt’ dan drijfmest. Alle mineralen en sporenelementen die in biomassa aanwezig zijn voor de vergistingstap zitten ook in het digestaat. Stikstof is door vergisting deels omgezet van organisch gebonden naar minerale stikstof. Het mineraal is direct beschikbaar als meststof voor de plant (vergelijkbaar met stikstofkunstmest).

Digestaat

Digestaat is de resterende biomassa na vergisting. Dat wil zeggen de hoeveelheid biomassa die in een vergister is gebracht minus het geproduceerde biogas. Hoe energierijker de ingaande biomassa, hoe minder digestaat. De toepassingen van digestaat verschillen. Ze worden voor een groot deel bepaald door de biomassa die is vergist en de daaruit af te leiden juridische status van het digestaat.

Om kosten te besparen of waarde toe te voegen aan digestaat kunt u de organische stof bewerken of (laten) verwerken en buiten de Nederlandse mestmarkt afzetten. Daarvoor bestaan velerlei technieken. Voor dit doel kunt u zich ook aansluiten bij grootschalige mestverwerkingsinitiatieven.

Rapport

Technieken en leveranciers

Om kosten te besparen of waarde toe te voegen aan digestaat kan het vergistingsresidu bewerkt of verwerkt worden. Op de website van Wageningen University Research vindt u een overzicht van bewezen bewerkingstechnieken en technieken die nog in ontwikkeling zijn. Alle leveranciers die apparatuur voor mestbewerking of –verwerking aanbieden staan vermeld in de publicatie Innovatieve technieken en leveranciers voor biogas en groen gas.

Interessante links

Juridisch

Monomestvergisting, covergisting en allesvergisting zijn fermentatietypen waarbij verschillende soorten biomassa worden afgebroken en omgezet in biogas. De menukaart van de vergister (input) bepaalt uiteindelijk de juridische status van het digestaat: dierlijke meststof, overige organische meststof of afvalstof. De toepassing van de output is aan regels gebonden.

Status output

Soort vergistingInputOutput
Covergisting> 50% mest+producten AADierlijke mest
> 50% mest+aanvullende systematiekDierlijke mest, overige organische mest
Monomestvergisting100% maïsDierlijke mest
Allesvergisting> 0% mest + 0% afvalAfvalstof, overige organische meststof, product

Dierlijke meststof

In het Besluit gebruik meststoffen zijn regels opgenomen over het uitrijden van dierlijke mest op Nederlandse landbouwgrond. Deze regels zijn ook van toepassing op digestaat dat als ‘dierlijke mest’ wordt aangemerkt.

Meer algemene informatie over de richtlijnen voor het uitrijden van mest en de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat vindt u op de website van RVO.nl.

Interessante links

Overige organische meststof

Overige organische meststoffen zijn organische meststoffen die geen dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost zijn. U mag alleen overige organische meststoffen als meststof gebruiken die voldoen aan de verhandelingseisen. Voor het gebruik van overige organische meststoffen gelden gebruiksnormen en uitrijdregels.

Bij vergisting van gft en groenafval wordt het digestaat niet meer aangemerkt als dierlijke meststof. Het is mogelijk om dit type digestaat als compost uit te rijden op landbouwgrond. Daarvoor moet het digestaat gekeurd worden als overige organische meststof.

Afvalstof

Als het digestaat niet wordt beschouwd als dierlijke mest of overige organische meststof is uitrijden op landbouwgrond verboden. In dat geval kan digestaat (na drogen) worden gebruikt als biobrandstof of bouwstof. Als dit niet mogelijk is moet het digestaat tegen kosten worden verwerkt in een afvalverwijderingsinrichting.

Export

Voor het buiten de landgrenzen plaatsen van het vergistingsresidu geldt een aantal spelregels. Zo moet het digestaat voldoen aan de EU-hygiëneverordening en de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). De EU-hygiëneverordening bepaalt onder meer dat uitgaande mest of digestaat minimaal één uur op 70 °C moet worden verwarmd.

Contact met overheden

Het is belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium te praten met de gemeente of provincie (bevoegd gezag). Deze kan namelijk alles vertellen over de gewenste inpassing in het bestemmingsplan of de benodigde vergunningen en de verwachte doorlooptijd hiervan.

Subsidies en aanvraagprocedure

Daarnaast zijn er provincies en gemeenten die zelf zeer actief inzetten op vergroening en duurzaamheid en dus graag mee willen denken met nieuwe initiatieven. Zo kunnen zij wijzen op eventuele (regionale) subsidies die beschikbaar zijn en hoe de aanvraagprocedure in zijn werk gaat.

In sommige gevallen kan een nieuw initiatief ook publicitaire meerwaarde bieden omdat het bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen die een provincie of gemeente nastreeft. Zoals bijvoorbeeld CO2-reductie, duurzame energieproductie of duurzame mobiliteit. Hierbij is het dan van belang om het bevoegd gezag goed op de hoogte te houden van de vorderingen zodat hierover gecommuniceerd kan worden.

Omwonenden

Verder is het belangrijk met de gemeente te bespreken hoe de omwonenden van de bouwlocatie bij de plannen worden betrokken. Door de omgeving in een vroegtijdig stadium uitleg te geven over de plannen en in te gaan op hun bedenkingen, kan vaak worden voorkomen dat een ‘false consensus’ ontstaat (dat iedereen tegen de installatie is op grond van een onterechte mening van een individu). Ook kunnen bezwaren in het traject van bestemmingswijziging en/of omgevingsvergunning worden voorkomen.