Interview: Meervoudige verwaarding biomassa sleutelbegrip voor biobased economy

De Green Deal Business met biomasssa en biobased gas bevat grote namen uit de industrie. Zoals je mag verwachten van het bedrijfsleven is deze Green Deal hands-on. Er worden concrete cases genoemd als vergisting van suikerbietenpulp, afvalvergassing of verwaarden van aquatische biomassa. Aan de hand van een werkprogramma van maximaal één jaar onderzoeken partijen en de Rijksoverheid hoe bestaande en nieuwe stromen biomassa beter benut kunnen worden voor zowel de productie van groene grondstoffen als van hernieuwbaar gas. Een gesprek over het ontstaan ervan met Gerd van de Logt, algemeen directeur van Groen Gas Nederland en grondlegger van deze deal.

Waarom kwam er een vervolg op de Green Deal Groen Gas?

“Bij de positieve evaluatie van de vorige Green Deal eind 2014 bleek de behoefte te bestaan om de rol van hernieuwbaar gas na 2030 verder te bepalen. De vorige deal ging vooral over het opstarten van een nieuwe markt. Dat is gelukt. Nu gaan we kijken naar scenario’s voor de gasvoorziening na 2030 en vooral de combinatie met de vorming van een biobased economy. Groen Gas Nederland kreeg de opdracht van de ondertekenaars om met een voorstel te komen.”

Hoe kader je zo’n open opdracht in?

“We stelden ons niet de voor de hand liggende vraag hoe maak je energie uit biomassa, maar hoe organiseer je een biobased economy met optimale inzet van biomassa. En vervolgens wil je dat graag doen met duurzame leiders die allemaal iets specifieks toevoegen en ook echt kunnen investeren in deze duurzame toekomst. Hernieuwbaar gas is dan nog wel de rode draad, maar tegelijkertijd een van de mogelijke toepassingen in de biobased economy.”

Dat zal een moeizaam traject zijn geweest om over biomassa in gesprek te gaan?

“Nee, dat was wat mij betreft niet ingewikkeld. Het sleutelbegrip dat we introduceerden was meervoudige verwaarding. Het thema groene grondstoffen en het thema bio-energie is in Nederland nog te veel touwtrekkerij van verschillende belangen. Of de Rijksoverheid krijgt uit de biobased hoek te horen dat biomassa voor bio-energie niet verstandig is, of er zijn defensieve reacties uit de bio-energiesector dat alle stimulering voorlopig noodzakelijk is om de doelstellingen voor 2023 te halen. We zijn direct met de top drie van duurzame leiders gaan praten: DSM, AkzoNobel en FrieslandCampina. Het bleek al snel dat we op één lijn zaten. Iedereen zag het belang van meervoudige verwaarding in. Het begrip meervoudige verwaarding opende dus ook deuren. Het gaat wat ons betreft om een goed huwelijk tussen groene grondstoffen en bio-energie. Dit is mogelijk dankzij technieken als bioraffinage en -vergassing en verder een uitwerking van beleidsinstrumenten voor de langere termijn. Uiteraard is het vervolgens een tikkeltje taai om deze materie goed op papier te krijgen, maar ik heb het ervaren als een gestaag en constructief proces. Deze deal kan echt een doorbraak worden om biomassa definitief hoog op de agenda te houden, waarbij er ruimte is voor duurzame grondstoffen en voor bio-energie”

Wat is het belang voor deze bedrijven om te participeren in deze Green Deal?

“Deze bedrijven kunnen innoveren op de betreffende onderwerpen. De Rijksoverheid kan niet stellen hier heb je wat potjes om te innoveren en dan komt het vast wel goed. We hebben nu partijen bij elkaar die het verschil kunnen maken om Nederland te positioneren als koploper in de biobased economy. Deze multinationals hebben echter ook opties in het buitenland, waar de uitgangspunten voor investeringen wellicht beter zijn. Het gaat de partijen niet primair om innovatiesubsidie. Het gaat om helder beleid voor meervoudige verwaarding. In dat kader beoordelen de bedrijven of de projecten – na een lange Valley of Death – in een helder beleidskader voor verduurzaming terecht zullen komen. Er zijn talrijke scenario’s om biomassa grootschalig in te zetten voor zowel groene grondstoffen als voor energieproductie. Het gaat nu om een samenhangend deltaplan. Dat plan geeft antwoord op vragen als: hoe kunnen we de technologische en logistieke kennis van multinationals omzetten in rendabele businesscases zodat investeringen in Nederland van de grond komen, hoe gaan die businesscases bijdragen aan de duurzame doelstellingen in Nederland en welk structureel beleid hoort daarbij?”

Dus wat zou de overheid concreet kunnen doen?

“Constructief en proactief meedenken hoe we deze wat complexere verduurzaming voor Nederland kunnen veiligstellen. Op dit moment ligt de focus vooral op wind. Terecht, daar kunnen we nu stappen zetten. Onze deal bevat doorgroeipotentie voor na 2020. Bij elkaar opgeteld meer dan 150 PJ alleen al aan duurzame energie. Bovendien met hernieuwbaar gas voor sectoren die niet te elektrificeren zijn. Dat is zonder de duurzame waarde van grondstoffen mee te rekenen. Lijkt me legitiem dat we daar eens goed voor gaan zitten, hoe we dat mogelijk maken met deze duurzame koplopers. Zoals gezegd, het bedrijfsleven moet wel een drijfveer hebben om in Nederland te investeren. Ze kunnen ook de grens over. Alvast een verfrissende gedachte voor de overheid: je kan als overheid bijvoorbeeld ook zeggen in plaats van subsidie zetten wij de installatie neer en de operationele kosten zijn voor de investeerders. Dat kan de overheid per saldo geld opleveren, want er is minder subsidie nodig, de financierbaarheid van projecten neemt drastisch toe. Bovendien maken we de gewenste snelheid van verduurzaming. Begrijp me goed: ik ben erg blij dat aan deze Green Deal vier afdelingen van de ministeries van Econmische Zaken en Infrastructuur en Milieu meedoen. We zullen het samen moeten en gaan doen. Ik hoop vooral op creativiteit, koopmansgeest en intrinsieke motivatie om te verduurzamen en liever wat minder denken in huidige beperkingen en vooral wat minder juridische oriëntatie. Ik ben zelf jurist, dus ik mag dat zeggen.“

Wat levert de Green Deal op?

“Het levert wat mij betreft een zeer concrete routekaart voor de biobased economy op, met name omdat er projecten onder hangen waar investeringsbereidheid voor is. Goed voor meer dan 150 PJ, substantiële verduurzaming in de chemische sector, betere benutting van bestaande biomassastromen zoals mest en ontwikkeling van nieuwe stromen zoals aquatische biomassa. 70% van de wereldwijde biomassa is aquatisch en wordt nauwelijks benut. Biomassa is en blijft sowieso prominent in alle duurzame scenario’s. Zo geeft een recente studie van IRENA aan dat ook in 2030-2050 minimaal 50% van de duurzame mix uit biomassa bestaat. We schuiven de onderliggende complexiteit echter te vaak voor ons uit. Dat willen we met deze Green Deal ook veranderen.”

Gerd-600x403