Breek het Energieakkoord niet open

Gepubliceerd op: 26 november 2015 No Comments
Fokke Goudswaard keek als achtjarige in Den Haag al waar het water op straat heen stroomde en wat er onder het putdekseltje met de magische letters GEB zat. Dat gevoel voor waarneming leidde tot een studie wis- en natuurkunde aangevuld met filosofie voor antwoorden op de waarom-vragen. Na een stevige carrière in de energietransitie bij onderzoeksbureaus en in de energiesector, werd hij actief in biogassector. Momenteel is hij voorzitter van het Platform Bio-Energie. Zijn filosofische inslag blijkt uit zijn onorthodoxe kijk op energievraagstukken. Hij behoort niet tot een bepaald kamp en weegt telkens af wat de gevolgen zijn van beslissingen.

Welke ontwikkelingen neemt u waar in het energiedebat in Nederland?

“De dubbele verwaarding die in het energiedebat is geslopen, vertoont grote parallellen met de opkomst van fossiele grondstoffen honderd jaar geleden. Begonnen kolen en gas als brandstof, al snel werd het de basis voor industriële activiteiten en voor de ontwikkeling van de chemische industrie. Datzelfde patroon zien we nu ook bij de opkomst van de duurzame energievoorziening. Laagwaardige restproducten die aanvankelijk als biobrandstof dienden, zijn geëvolueerd tot hoogwaardige grondstoffen voor de chemie als eiwitten, mineralen en vezels. Ik snap wel dat de industrie mort dat ondernemers met biovergisters SDE-subsidie ontvangen voor een ‘laagwaardige’ toepassing als energie. En ik snap ook dat ze liever zelf die subsidies ontvangen om er hoogwaardige producten uit te destilleren. Maar daarvoor is naar mijn idee de TKI’s. Laten we alsjeblieft het Energieakkoord niet openbreken. We hebben het Energieakkoord nodig om op Europees niveau de energievoorziening te verduurzamen. Dat kunnen we nu niet onderuit schoffelen.”

Onlangs is de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) opgericht. U was daar een voorstander van. Gaat dat niet ten koste van uw eigen Platform Bio-Energie?

“De duurzame energiebranche zit middenin in een emancipatieproces. De eerste fase was de opkomst van talrijke partijen die iets wilden met verduurzaming. Nu komen we in de fase dat we gaan formeren omdat versnippering niet werkt. De oprichting van de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie is daar een goed voorbeeld van. In de Tweede Kamer wisten ze onderhand ook niet meer met wie ze van doen hebben. Het was te heterogeen. Door als afzonderlijke organisaties het beleid af te stemmen en gezamenlijk te lobbyen worden we veel effectiever. Die professionalisering is een belangrijke emancipatiestap. Kijk naar Groen Gas Nederland. Het was toch ook veel effectiever om te fuseren met Groen Gas Mobiel? Je zit elkaar maar in de weg als je op bijna dezelfde dossiers apart verhaal gaat halen in Den Haag of Brussel.”

Plukt u al de vruchten van die georkestreerde belangenbehartiging voor duurzame energie?

“Nee. Nog steeds moeten we voor duurzame energie onze hand ophouden. Wat energie werkelijk kost, is nog niet in de marktprijs verdisconteerd. Voor vijftig euro vliegen naar New York. Dat kán helemaal niet. Het duurt wellicht nog even, maar uiteindelijk wordt hernieuwbare energie de norm. Met verduurzaming van de energievoorziening bevinden we ons in de voorfase. Diezelfde ontwikkeling hebben we gezien met de zure regen en de zwavel die moest worden afgevangen en dat gaat uiteindelijk ook gebeuren met fossiele energie. We gaan toe naar een systeem van beprijzing en regelgeving. De fossiele traditionele energieleveranciers gaan het moeilijk krijgen.”

De berichtgeving maakte de afgelopen tijd gewag van goedkope kolen ten koste van duurzame alternatieven. Toch bent u positief.

“Met kolen en gas zag je de combinatie van slimme technieken en concurrentiekracht. Datzelfde zie je nu met schaliegas. In Amerika ontketende het een revolutie met een groeiende economie en industrie en stijging van het aantal arbeidsplaatsen. Los van de wenselijkheid van schaliegas is het wereldwijde ongewenste effect: goedkope elektriciteit uit vieze steenkolen en schone gascentrales die stilliggen. Allemaal repercussies die horen bij een open energiemarkt. In onze contreien zet duurzame energie door. Het is slim, concurreert weliswaar nog niet, maar lost wel een wereldwijd probleem op. En uit alle berekeningen blijkt dat er een flinke portie bio-energie nodig is voor een gebalanceerde duurzame energiemix. Uit studies van verschillende internationale onderzoeksinstituten blijkt dat er voldoende biomassa beschikbaar is. De vracht-, scheep- en luchtvaart hebben niets aan zon en wind, maar wel aan bio-energie. Dat geldt ook voor de zware industrie met hun temperaturen van 1000 °C.”

De NGO’s in Nederland zetten ook flink in op een duurzame energiehuishouding. Maar u bent het niet altijd met hen eens. Waarom niet?

“De NGO’s in Nederland willen helemaal geen bio-energie. Ze willen geen meestook van houtpellets in kolencentrales of stook van houtchips in houtketels. Ze willen ook geen mestvergisting. Bij professionalisering van de duurzame energiesector hoort ook een dosis realisme. Meestook van biomassa of pellets is altijd beter dan 100% steenkool en door vergisting van mest ben je van je methaanprobleem af. De uitstoot van methaan is 23 keer zo sterk als de uitstoot van CO2. Uiteraard blijven er voldoende problemen over om te tackelen. Maar je moet ergens beginnen. Je kan niet zeggen: we hebben een Energieakkoord van 200 punten, maar 195 doen er niet toe.”

De NGO’s denken dat biomassa meer schade kan aanrichten dan oplossingen bieden voor het energievraagstuk. Hoe komt u daaraan tegemoet?

“Dat betekent voor het verbouwen van energiegewassen zorgen dat het niet ten koste gaat van voedselproductie en er geen braakliggende terreinen achterblijven die eroderen. Hetzelfde geldt voor bosbouw. Bosbouw voor planken kan samengaan met de productie van pellets. We weten wat steenkoolwinning en oliewinning met het landschap kunnen doen, daar hebben de NGO’s een punt, maar zo wil de bio-energiesector het niet. Voor bio-energie gebruiken we verantwoorde producten voor een verantwoorde toepassing. Daar zijn keurmerken voor en je ziet erop toe dat de regels worden nageleefd. Dat principe zou leidend moeten zijn voor alle grondstoffenwinning.”

Welke energievraagstuk houdt u momenteel met name bezig?

“Dat zijn er zoveel. Maar goed. Het wordt nog een grote opgave om de CO2-reductie van 2 °C te halen. Het Europese Emission Trading System (ETS) kende aanvankelijk harde regels. Die zijn allengs zachter geworden. Er spelen zoveel economische belangen. Dat verklaart de traagheid van processen. Schiphol weert liever ook geen vervuilende vliegtuigen uit angst voor afkalvend marktaandeel. Maar CO2-moleculen die in de atmosfeer komen, haal je er niet meer uit. We moeten echt alle zeilen bijzetten. Desnoods zetten we ook minder duurzame toepassingen in zoals CO2-opvang en -opslag (CCS). In de toekomst kunnen we dan methodieken vinden om die CO2 te verwijderen. Dat is iets heel anders dan kernafval, dat nog duizenden jaren radioactief blijft.”