Groen gas: duurzame warmtevoorziening tegen lage kosten

Gepubliceerd op: 6 december 2016 No Comments
Jan Willem Kuil, senior consultant bij AT Osborne, kijkt met een bedrijfs­economische blik naar complexe duurzaamheids­vraagstukken. Volgens Kuil zijn warmtenetten in bestaande woningen nuttig als restwarmte lokaal beschikbaar is en er een leveringsgarantie wordt afgegeven voor de lange termijn. “Blijf vooral investeren in het aardgasnet en vervang aardgas zo veel mogelijk door groen gas. Dat is vaak efficiënter en goedkoper dan andere duurzame opties.”

Wat is het energievraagstuk in de bestaande bouw?

“60% van het energieverbruik van een woning is ruimte­verwarming. Inclusief tapwater kom je uit op 80%. Die warmte wordt momenteel vrijwel geheel geleverd met aardgas. Ook na verdere isolatie hebben bestaande woningen met een bouwjaar tot ongeveer 2005 nog steeds een externe bron voor ruimteverwarming en warm tapwater nodig. Het is een hele opgave deze warmtevraag te verduurzamen. Er is nu veel aandacht voor warmtelevering uit warmtenetten die energie zouden moeten leveren uit restwarmte, geothermie of biomassa.”

En daar staat u terughoudend tegenover?

“Ja, inderdaad. Ik spreek veel partijen en dan komen steeds weer dezelfde thema’s bovendrijven. Restwarmte uit de industrie is vooral geschikt voor de korte afstand. Er zijn zeker mooie voorbeelden zoals het Amsterdamse warmtenet dat door het Afval Energiebedrijf Amsterdam van warmte wordt voorzien. Dit project is succesvol omdat het in de directe nabijheid van een restwarmtebron ligt en levering voor de lange termijn is gegarandeerd. Maar dergelijke locaties zijn schaars. Er zijn voldoende initiatieven om restwarmte uit de industrie te gebruiken voor woningen, maar het probleem is dat de leveringszekerheid voor de lange termijn niet is gegarandeerd. Als een multinational besluit een fabriek te sluiten, is er niet snel een goed alternatief voorhanden om aan warmte te komen. Bedrijven leggen zich niet graag langjarig vast omdat levering van restwarmte een bijproduct is en niet het primaire proces. Ze willen flexibel zijn en kunnen besluiten om na tien jaar hun bedrijf te verplaatsen. Een warmtenet leg je aan voor zo’n veertig jaar. Voor een solide businesscase moet een warmtebron gedurende deze periode ook beschikbaar zijn of er moet van tevoren een terugvalscenario zijn, mocht de warmtelevering wegvallen. De leveringszekerheid van warmte voor de langere termijn is een risico waar meer nieuw te ontwikkelen warmtenetten mee kampen.”

En waarom geen geothermie?

“Een vaak genoemd alternatief voor restwarmte is geothermie. Onze specialisten zeggen me dat dat niet de vlucht gaat nemen die ervan wordt verwacht. Geothermie zit in Nederland veel dieper in de bodem dan elders. De risico’s en investeringskosten voor het aanboren van een goede bron zijn hoog. Bij boring en exploitatie komt vaak vervuild materiaal vrij zoals zware metalen en radioactiviteit. De kosten zijn niet terug te verdienen gezien de aanhoudende lage energieprijzen. Ook hier zijn een paar succesvolle initiatieven zoals Green Well in het Westland waar acht telersbedrijven draaien op één warmteput.”

En biomassa?

“Biomassa voor warmte uit een biomassacentrale is een alternatief. De hoeveelheid biomassa in Nederland is echter beperkt, zodat je bent aangewezen op import. Maar gelet op de beperkingen bij restwarmte, aardwarmte en biomassa, zal een warmtenet in de praktijk in belangrijke mate met aardgas moeten worden verwarmd. Het is goedkoper en energetisch efficiënter om biomassa te vergassen en het opgewerkte groene gas door het aardgasnet te transporteren dan lokale warmtenetten aan te leggen die worden gevoed met warmte uit een biomassacentrale of met aardgas. Het transportverlies van circa 20% in een warmtenet en de hoge investeringskosten voor de aanleg ervan worden hiermee vermeden. Dat aardgasnet ligt er al. Waarom zou je met biogas en aardgas warmte opwekken voor een nieuw en duur netwerk als je tegelijkertijd groen gas kan produceren en kan invoeden in het bestaande netwerk?”

Er wordt toch volop geïnnoveerd in warmtenetten en geothermie. Bent u niet te pessimistisch?

“Nee, hoor. Warmtenetten en geothermie zijn in specifieke gevallen duurzaam en economisch haalbaar. En natuurlijk moeten we ons dan inspannen om die te realiseren. Dat neemt niet weg dat onder 95% van de woningen – en dan hebben we het over 7 miljoen woningen – een aardgasnet ligt. Het bestaande aardgasnetwerk is op veel plekken aan vervanging toe. Vervangen is goedkoper dan de aanleg van warmtenetten. En naast aardgas gaan we dan zoveel mogelijk groen gas door die leidingen pompen. Je hebt dan duurzamere warmtevoorziening tegen de laagste kosten. Als we straks opschalen naar vergassing dan kan het biogas via het aardgasnetwerk getransporteerd worden. Je wilt in ieder geval voorkomen dat je dure warmtenetten aanlegt waar dan straks toch warmte uit aardgas of groen gas doorheen stroomt omdat er geen levering is van restwarmte of geothermie.”

Heeft u zon en wind wel meegewogen?

“Zon en wind zijn met name voor all-electric concepten relevant: dat geldt voor nieuwbouw en voor specifieke renovatieprojecten. Voor de totale warmtevraag van de bestaande bouw is het ontoereikend. In de toekomst kunnen we van met zon of wind opgewekte elektriciteit methaan maken en invoeden in het aardgasnet. Commercieel is dat nu nog niet haalbaar.”

U ziet de perikelen rond de invoedbeperkingen niet als een belemmering? Kan er wel voldoende groen gas worden ingevoed?

“Wij hebben dat onlangs voor Netbeheerder Liander en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) onderzocht. Probleem is dat er lokaal vaak onvoldoende netcapaciteit is om groen gas in te voeden. Daardoor komen groengasprojecten vaak niet van de grond. Invoedbeperkingen kunnen worden opgelost door meer samenwerking tussen de regionale en nationale netbeheerder, met als mogelijke optie dat de netbeheerder de verplichting krijgt om groen gas in het net te ontvangen. Doel is een optimale economische en duurzame afweging. Verder zou het goed zijn als er voor de productie van groen gas, concrete smart geformuleerde targets komen die aan overheden zijn toegerekend, net als bij wind op land bijvoorbeeld: de provincies zijn daarvoor verantwoordelijk en leggen dit vast in een structuurvisie Windenenergie op land. Het is nu te vrijblijvend. En verder zou het goed zijn de SDE+-regeling opnieuw te bekijken. Het is logisch groen gas te waarderen op basis van vermeden broeikasgassen als methaan en lachgas. Vermindering van broeikasgassen is immers de kern van de klimaatdoelstellingen.”

Interessante links