We moeten nu gaan nadenken over 2030

Gepubliceerd op: 16 oktober 2015 No Comments
Gigler houdt zich ruim een decennium met hernieuwbaar gas. Als directeur van het TKI Gas volgt hij de innovaties op de voet. Hij ziet het speelveld geleidelijk veranderen. Door de vlucht die verwaarding van biomassa momenteel neemt, werken gassector en industrie steeds meer samen. Hij gelooft dat sociale innovatie – samenwerking door regionale partijen – de sleutel is voor succesvolle energieprojecten. Voor de overheid heeft hij ook een boodschap: aanpassen van regelgeving is een doeltreffend en goedkoop instrument en brengt de markt direct in beweging. In de nabije toekomst zal sturing op CO2-emissiereductie meer nadruk gaan krijgen, verwacht Gigler.

  

Operational excellence

“Tien jaar geleden had de gassector nauwelijks belangstelling voor groen gas. Het credo van de sector is operational excellence. Zo goed en zo veilig mogelijk gas naar afnemers brengen. Daarin scoort Nederland hoog in vergelijking met de ons omringende landen. Daar paste groen gas op basis van biomassastromen niet tussen. Toen steeds meer boeren bij de gassector aanklopten om groen gas in het gasnetwerk te injecteren, sijpelde ook hier langzaam het besef door dat hernieuwbaar gas mogelijk was, het gasstelsel zich daarvoor leent en dat er talrijke toepassingsmogelijkheden voor zijn. Zo is de gassector geleidelijk in groen gas geïnteresseerd geraakt. Waar we tot voor kort nog eendimensionaal dachten: uit biomassa maken we gas, ontstaat er nu alweer een compleet nieuw spectrum met bioraffinage. Groen gas heeft eerst de gassector met de agrosector verbonden en nu komt daar geleidelijk de chemische industrie bij. Uit innovatie ontstaan nieuwe dwarsverbanden, blijkt maar weer.”

Dubbele verwaarding

“Innovatie is arbeidsintensief, kostbaar en vraagt veel vernuft. Hier verander je niks aan. Aan nieuwe technologie wordt ook nog eens de eis gesteld dat deze snel marktrijp is, dat wil zeggen een hoog potentieel vertegenwoordigt, efficiënt werkt en goedkoop is. Dat is allemaal niet niks. Ik verbaas me er wel eens over dat het complexe karakter van innovaties zo wordt onderschat. De overheid wil graag dat de markt het voortouw neemt. Terwijl het juist de overheid is die innovaties in de biogassector een enorme impuls kan geven door, bijvoorbeeld, regelgeving aan te passen. Waarom gaat dat altijd zo traag? Toen co-vergisting interessant werd, mocht er bijna niets aan het vergistingsproces worden toegevoegd. Nu zie je dat de toelating van cosubstraten mooie ontwikkelingen in gang zet. Bermgras dat eerst werd gestort of verbrand, maar waar nu zowel eiwitten als energie uit worden gehaald; dubbele verwaarding dus. In vergelijking met innovatieve technologie is regelgeving een goedkoop en gemakkelijk instrument met een enorme impact op de ontwikkeling van de biobased economy en hernieuwbaar gas. Dat is echt zo.”

Sociale innovatie

“Ik geloof sterk in sociale innovatie. Kijk naar de zuivelsector die nu verantwoordelijkheid neemt voor de gehele keten. Melkcoöperaties ondernemen al meer dan honderd jaar gezamenlijk. Dat kunnen ze. Maar dan moeten ze wel het nut ervan inzien. Het zijn tenslotte ondernemers. Het zou mooi zijn als boeren rond hun eigen erf gaan samenwerken door lokaal de verantwoordelijkheid te delen voor een mestvergister voor het recirculeren van materialen en mineralen. Die sociale innovatie werkt op lokaal en kleinschalig niveau. Ga je het industrieel aanpakken, dan zijn het niet meer vier of vijf boeren die rendabel biogas moeten produceren, maar dan zijn het er opeens vijftien of twintig of nog meer. Dat klinkt mooi, maar is lastiger rendabel te krijgen omdat er meer en grotere risico’s zijn.”

CO2-akkoord

Tot nu toe ligt de focus heel sterk op de productie van duurzame energie en daar is de beloning op afgestemd via de SDE voor hernieuwbare energie. Melkveehouders hebben misschien wel meer belang bij het belonen voor methaanreductie en verwaarding van reststromen dan bij petajoules. Dat is echter nog niet geregeld. Het Energieakkoord is nodig om de transitie naar hernieuwbare bronnen met concrete projecten van de grond te tillen met een duidelijke focus op 2020/2023. We moeten nu gaan nadenken over de veranderingen die we rond 2030 teweeg willen brengen. We schuiven op naar recirculatie van mineralen, methaanreductie en CO2-reductie. We kunnen met biobased toepassingen in de industrie veel meer CO2 -uitstoot verminderen dan waar nu een waardering voor beschikbaar is.

Fatsoenlijke prijs

“Melkveehouders dragen veel meer bij aan het oplossen van het klimaatprobleem bij mestvergisting. Ze leveren niet alleen duurzame energie in de vorm van gas, elektriciteit en warmte, maar reduceren ook broeikasgassen als methaan en lachgas. Dus dan is het slim om daar het beleid op af te stemmen zodat het milieuvoordeel maximaal is. En ook hier weer kan de overheid het verschil maken met CO2-beprijzing. Nu is er nog geen goede prikkel bij een CO2-prijs van € 6 per ton CO2. Er is nog geen serieuze markt van vraag en aanbod waar CO2 een fatsoenlijke prijs krijgt. Dat is het gevolg van een internationaal systeem met veel grote belangen. Ik hoop dat de top in Parijs dit najaar iets zal opleveren, maar dat is allesbehalve zeker. Ik denk dat we, zoals ook het recente rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) bepleit, toe moeten naar een CO2–akkoord met landen die CO2-beprijzing serieus nemen. Noorwegen is daar een goed voorbeeld van. We zouden daar in Noordwest-Europa een begin mee kunnen maken.”

Duurzame teelt

“We zien dat de toenemende vraag naar biomassa ook tot nieuwe oplossingen leidt. De food for fuel-discussie staat al in een ander perspectief met de zoektocht naar duurzame teelt van biomassa. Er lopen talrijke experimenten voor de teelt van biomassa op slechte grond. Mooi voorbeeld is HarvestaGG dat van plan is om in Groningen grassen te verwerken tot veevoer en bio-LNG voor het zwaar transport. Past prima in de teeltwisseling en is prachtige innovatie.”

Dom

“Wij mensen zijn aan de ene kant heel dom: we beschermen onze belangen en doen het liefst wat we altijd al deden, want verandering leidt tot chaos. Maar van de andere kant zijn we zo ongelofelijk creatief. Er breken altijd mensen door met nieuwe inzichten. Zodra er een behoefte ontstaat, wordt er geëxperimenteerd. En dat kan leiden tot aardverschuivingen. Dat hebben we gezien bij bijvoorbeeld de telecomsector en dat gaan we nu ook meemaken bij de energievoorziening en grondstoffenmarkt. Sterker nog: we zitten er al middenin!”