Interviews

Jan Willem Kuil

Groen gas: duurzame warmtevoorziening tegen lage kosten

Jan Willem Kuil, senior consultant bij AT Osborne, kijkt met een bedrijfs­economische blik naar complexe duurzaamheids­vraagstukken. Volgens Kuil zijn warmtenetten in bestaande woningen nuttig als restwarmte lokaal beschikbaar is en er een leveringsgarantie wordt afgegeven voor de lange termijn. “Blijf vooral investeren in het aardgasnet en vervang aardgas zo veel mogelijk door groen gas. Dat is vaak efficiënter en goedkoper dan andere duurzame opties.”

Wat is het energievraagstuk in de bestaande bouw?

“60% van het energieverbruik van een woning is ruimte­verwarming. Inclusief tapwater kom je uit op 80%. Die warmte wordt momenteel vrijwel geheel geleverd met aardgas. Ook na verdere isolatie hebben bestaande woningen met een bouwjaar tot ongeveer 2005 nog steeds een externe bron voor ruimteverwarming en warm tapwater nodig. Het is een hele opgave deze warmtevraag te verduurzamen. Er is nu veel aandacht voor warmtelevering uit warmtenetten die energie zouden moeten leveren uit restwarmte, geothermie of biomassa.”

En daar staat u terughoudend tegenover?

“Ja, inderdaad. Ik spreek veel partijen en dan komen steeds weer dezelfde thema’s bovendrijven. Restwarmte uit de industrie is vooral geschikt voor de korte afstand. Er zijn zeker mooie voorbeelden zoals het Amsterdamse warmtenet dat door het Afval Energiebedrijf Amsterdam van warmte wordt voorzien. Dit project is succesvol omdat het in de directe nabijheid van een restwarmtebron ligt en levering voor de lange termijn is gegarandeerd. Maar dergelijke locaties zijn schaars. Er zijn voldoende initiatieven om restwarmte uit de industrie te gebruiken voor woningen, maar het probleem is dat de leveringszekerheid voor de lange termijn niet is gegarandeerd. Als een multinational besluit een fabriek te sluiten, is er niet snel een goed alternatief voorhanden om aan warmte te komen. Bedrijven leggen zich niet graag langjarig vast omdat levering van restwarmte een bijproduct is en niet het primaire proces. Ze willen flexibel zijn en kunnen besluiten om na tien jaar hun bedrijf te verplaatsen. Een warmtenet leg je aan voor zo’n veertig jaar. Voor een solide businesscase moet een warmtebron gedurende deze periode ook beschikbaar zijn of er moet van tevoren een terugvalscenario zijn, mocht de warmtelevering wegvallen. De leveringszekerheid van warmte voor de langere termijn is een risico waar meer nieuw te ontwikkelen warmtenetten mee kampen.”

En waarom geen geothermie?

“Een vaak genoemd alternatief voor restwarmte is geothermie. Onze specialisten zeggen me dat dat niet de vlucht gaat nemen die ervan wordt verwacht. Geothermie zit in Nederland veel dieper in de bodem dan elders. De risico’s en investeringskosten voor het aanboren van een goede bron zijn hoog. Bij boring en exploitatie komt vaak vervuild materiaal vrij zoals zware metalen en radioactiviteit. De kosten zijn niet terug te verdienen gezien de aanhoudende lage energieprijzen. Ook hier zijn een paar succesvolle initiatieven zoals Green Well in het Westland waar acht telersbedrijven draaien op één warmteput.”

En biomassa?

“Biomassa voor warmte uit een biomassacentrale is een alternatief. De hoeveelheid biomassa in Nederland is echter beperkt, zodat je bent aangewezen op import. Maar gelet op de beperkingen bij restwarmte, aardwarmte en biomassa, zal een warmtenet in de praktijk in belangrijke mate met aardgas moeten worden verwarmd. Het is goedkoper en energetisch efficiënter om biomassa te vergassen en het opgewerkte groene gas door het aardgasnet te transporteren dan lokale warmtenetten aan te leggen die worden gevoed met warmte uit een biomassacentrale of met aardgas. Het transportverlies van circa 20% in een warmtenet en de hoge investeringskosten voor de aanleg ervan worden hiermee vermeden. Dat aardgasnet ligt er al. Waarom zou je met biogas en aardgas warmte opwekken voor een nieuw en duur netwerk als je tegelijkertijd groen gas kan produceren en kan invoeden in het bestaande netwerk?”

Er wordt toch volop geïnnoveerd in warmtenetten en geothermie. Bent u niet te pessimistisch?

“Nee, hoor. Warmtenetten en geothermie zijn in specifieke gevallen duurzaam en economisch haalbaar. En natuurlijk moeten we ons dan inspannen om die te realiseren. Dat neemt niet weg dat onder 95% van de woningen – en dan hebben we het over 7 miljoen woningen – een aardgasnet ligt. Het bestaande aardgasnetwerk is op veel plekken aan vervanging toe. Vervangen is goedkoper dan de aanleg van warmtenetten. En naast aardgas gaan we dan zoveel mogelijk groen gas door die leidingen pompen. Je hebt dan duurzamere warmtevoorziening tegen de laagste kosten. Als we straks opschalen naar vergassing dan kan het biogas via het aardgasnetwerk getransporteerd worden. Je wilt in ieder geval voorkomen dat je dure warmtenetten aanlegt waar dan straks toch warmte uit aardgas of groen gas doorheen stroomt omdat er geen levering is van restwarmte of geothermie.”

Heeft u zon en wind wel meegewogen?

“Zon en wind zijn met name voor all-electric concepten relevant: dat geldt voor nieuwbouw en voor specifieke renovatieprojecten. Voor de totale warmtevraag van de bestaande bouw is het ontoereikend. In de toekomst kunnen we van met zon of wind opgewekte elektriciteit methaan maken en invoeden in het aardgasnet. Commercieel is dat nu nog niet haalbaar.”

U ziet de perikelen rond de invoedbeperkingen niet als een belemmering? Kan er wel voldoende groen gas worden ingevoed?

“Wij hebben dat onlangs voor Netbeheerder Liander en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) onderzocht. Probleem is dat er lokaal vaak onvoldoende netcapaciteit is om groen gas in te voeden. Daardoor komen groengasprojecten vaak niet van de grond. Invoedbeperkingen kunnen worden opgelost door meer samenwerking tussen de regionale en nationale netbeheerder, met als mogelijke optie dat de netbeheerder de verplichting krijgt om groen gas in het net te ontvangen. Doel is een optimale economische en duurzame afweging. Verder zou het goed zijn als er voor de productie van groen gas, concrete smart geformuleerde targets komen die aan overheden zijn toegerekend, net als bij wind op land bijvoorbeeld: de provincies zijn daarvoor verantwoordelijk en leggen dit vast in een structuurvisie Windenenergie op land. Het is nu te vrijblijvend. En verder zou het goed zijn de SDE+-regeling opnieuw te bekijken. Het is logisch groen gas te waarderen op basis van vermeden broeikasgassen als methaan en lachgas. Vermindering van broeikasgassen is immers de kern van de klimaatdoelstellingen.”

Interessante links

Gerard van Pijkeren

Biomassa is niet schaars!

De transitie van fossiel naar hernieuwbaar gas is ten dele afhankelijk van techno­logie. Een doorbraak naar hernieuwbaar gas komt pas echt van de grond als biogas en groen gas een internationale handelsmarkt worden. Dan kunnen de reservoirs aan biomassa grootschalig worden toegepast, stelt Gerard van Pijkeren, directeur van Vertogas. “Er is wereldwijd meer biomassa beschikbaar dan we nodig hebben.”

Komt het einde van aardgastijdperk nu dichterbij?

“In Nederland is aardgas uit de gratie. De Verenigde Staten, maar ook de rest van de wereld, omarmen aardgas als een veel schonere brandstof dan de gangbare olie en kolen. Het ligt er dus maar aan wat je referentiekader is. Door de blauwe revolutie in de jaren zestig is Nederland buitengewoon energie-intensief met behoorlijk wat zware industrie. In een tijd dat kolen en CO2 goedkoop zijn, wil Nederland overstappen op veel duurdere duurzame energie. Dat kan economische repercussies hebben. Dure energie en energie-intensieve industrie gaan in een wereldeconomie niet goed samen. Bestaande werkgelegenheid in Nederland is gebaat bij goedkope energie. Wil je geen kolen en olie dan is aardgas nog steeds een goede optie.”

Niets doen dus?

“Dat zeg ik niet. Nu wordt hernieuwbare energie nog in de lucht gehouden met subsidies. Schone energie kost geld en de vraag is: hebben we dat er met z’n allen voor over? Maar we hebben een klimaatprobleem en het ophogen van de dijken kost ook geld. We moeten uiteindelijk wel keuzes maken.”

Hoe ziet uw duurzame energiemix eruit?

“Zon en wind zijn belangrijk. Maar dat geldt evenzogoed voor groen gas. Groen gas wordt nu voornamelijk gemaakt op basis van het traditionele vergistingsproces. Maar de vergassingstechnologie is bezig met een opmars. Dat gaat echt rendement opleveren. Uit dezelfde hoeveelheid biomassa kan veel meer gas worden geproduceerd. Houtachtigen worden nu nog ingezet voor biomassabijstook. Maar biomassabijstook gaat gepaard met de verbranding van kolen. En bijstook van hout heeft een veel lager verbrandingsrendement dan vergassing. Vergassing is een robuuste technologie en baant de weg voor de volgende transitie naar hoogwaardige energieproducten als syngas en waterstof. Vergassing is ook zeer geschikt als feedstock voor de chemische industrie. En voor de mobiliteit betekent vergassing dat grote volumes brandstof goedkoper geproduceerd kunnen worden.”

Waar is het wachten op bij vergassing?

“De technologie heeft zich bewezen op laboratoriumschaal. Dat laat onder meer de Milena-technologie van ECN zien. Maar het dilemma is dat er een tussenstap nodig is voordat er op industriële schaal gebouwd kan gaan worden. Dat is trouwens kenmerkend voor grootschalige nieuwe technologie. Die schaalgrootte is te groot voor het servet, maar te klein voor het tafellaken. Voor een echte marktdoorbraak ben je toch op zoek naar enige tientallen miljoenen euro’s. De vraag is: wie wil het risico nemen en wie kan wachten op de return on investment? Het optuigen van dergelijke consortia kost tijd. Maar we zijn er nu heel dichtbij.”

Doet u eens een voorstel?

“Dat zijn dan toch de gevestigde bedrijven met voldoende omvang om middelen vrij te maken, met een energie-infrastructuur en de grondstof. De energiebedrijven, afvalbedrijven en de voedings­middelen­industrie zouden hier de handen ineen moeten slaan.”

Is biogas op z’n retour?

“Verre van dat. Groen gas ontwikkelt zich goed. Weliswaar niet de exponentiële groei die oorspronkelijk was voorzien, maar in 2015 is het volume groen gas gestegen naar 71 miljoen m3 ten opzichte van 53 miljoen m3 in 2014. De ontwikkelingen rond monomestvergisting zijn veelbelovend. Als dat doorzet kan het volume van groen gas groeien naar ver boven de 100 miljoen m3. We zien bij Vertogas voor volgend jaar alweer een aantal nieuwe projecten aankomen. Het volume blijft groeien en het aantal projecten met een SDE+-beschikking blijft stijgen. Maar er zijn nog wel een paar stappen nodig zoals de doorbraak van vergassing en grootschalige toepassing van monomestvergisting voor een sprong voorwaarts.”

Wat is de meest efficiënte toepassing van biogas?

“In Nederland hebben we behoorlijk veel energie-intensieve industrie. Het kon niet op de in de jaren zestig. We hadden aardgas ontdekt, maar dat moest snel opgemaakt worden omdat de energiedrager van de toekomst kernenergie zou zijn. Zo was toen de verwachting. Uit die tijd stammen ook de doorzonwoningen waar Nederland mee vol staat. Energieslurpers tot en met. Je kan energiebewuster leven en kiezen voor dubbel glas, panelen op het dak en een warmtepomp. Dan nog heb je een energievraag. Energieopslag is voorlopig veel te duur. Voor bijvoorbeeld die laatste 500 m3 is groen gas ideaal. Daar vang je de piekmomenten mee op. Voor de mobiliteit in steden is elektrificatie prima, maar voor de lange afstanden is groen gas een eenvoudig te realiseren alternatief. En voor zwaar transport en de scheepvaart is bio-LNG het alternatief. Een CO2-neutrale samenleving in 2050 lukt niet alleen op zon en wind. Daar heb je nog aanvullende technologieën bij nodig als groen gas.”

Hoe los je het tekort aan biomassa op?

“De biogasmarkt moet internationaliseren. Er is in Nederland een kunstmatige schaarste aan biomassa. Wereldwijd is er voldoende beschikbaar. We moeten die markten gaan verbinden. De Europese Biogas Associatie werkt aan een model voor in- en export. Bij Vertogas is in 2009 al een pilot voor Duitse grensoverschrijdende handel voorbereid. Er loopt een consultatieronde over de Renewable Energy Directive. Daarin zou eigenlijk de internationale verhandelbaarheid van groen gas in de vorm van certificaten moeten worden vastgelegd, zoals dat nu al voor groene stroom en vloeibare biobrandstoffen is geregeld. Achterliggende gedachte is natuurlijk de beschikbaarheid van biomassa. Als we het hebben over bijvoorbeeld houtachtige biomassa, dan is dat in een aantal andere Europese landen zoals Duitsland, Frankrijk, Zweden voldoende beschikbaar. Maar ook een land als Rusland ligt er vol van. Internationale handel en verdergaande harmonisatie van Europese subsidies is de sleutel. Dan voorkom je ook dat duurzame energie wegvloeit naar het buitenland waar uitsluitend de producent aan verdient die in eigen land ook nog subsidie en belastingvoordeel heeft getoucheerd. Met een goedwerkende Europese markt kunnen we voldoen aan de vraag aan biomassa. Daarnaast betekent vergassing van biomassa dat een grotere fractie van de biomassa wordt gebruikt. Daarmee neemt het gasvolume verder toe.”

Industrieën zijn ook op zoek naar biomassa.

“Op dit moment ligt de focus op energieopwekking. Maar de hele biobased economy draait om biomassa. Als we biomassa eerst gebruiken om er andere producten uit te halen, kan het restant en het afval worden omgezet in energie. Op die manier kunnen we ook de relatief schaarse biomassa efficiënt inzetten. Nogmaals: als we voor de inzet van biomassa voor groen gas verder kijken dan alleen de landsgrenzen en het niet uitsluitend inzetten voor gasproductie, dan is er genoeg beschikbaar.”

Fokke Goudswaard

Breek het Energieakkoord niet open

Fokke Goudswaard keek als achtjarige in Den Haag al waar het water op straat heen stroomde en wat er onder het putdekseltje met de magische letters GEB zat. Dat gevoel voor waarneming leidde tot een studie wis- en natuurkunde aangevuld met filosofie voor antwoorden op de waarom-vragen. Na een stevige carrière in de energietransitie bij onderzoeksbureaus en in de energiesector, werd hij actief in biogassector. Momenteel is hij voorzitter van het Platform Bio-Energie. Zijn filosofische inslag blijkt uit zijn onorthodoxe kijk op energievraagstukken. Hij behoort niet tot een bepaald kamp en weegt telkens af wat de gevolgen zijn van beslissingen.

Welke ontwikkelingen neemt u waar in het energiedebat in Nederland?

“De dubbele verwaarding die in het energiedebat is geslopen, vertoont grote parallellen met de opkomst van fossiele grondstoffen honderd jaar geleden. Begonnen kolen en gas als brandstof, al snel werd het de basis voor industriële activiteiten en voor de ontwikkeling van de chemische industrie. Datzelfde patroon zien we nu ook bij de opkomst van de duurzame energievoorziening. Laagwaardige restproducten die aanvankelijk als biobrandstof dienden, zijn geëvolueerd tot hoogwaardige grondstoffen voor de chemie als eiwitten, mineralen en vezels. Ik snap wel dat de industrie mort dat ondernemers met biovergisters SDE-subsidie ontvangen voor een ‘laagwaardige’ toepassing als energie. En ik snap ook dat ze liever zelf die subsidies ontvangen om er hoogwaardige producten uit te destilleren. Maar daarvoor is naar mijn idee de TKI’s. Laten we alsjeblieft het Energieakkoord niet openbreken. We hebben het Energieakkoord nodig om op Europees niveau de energievoorziening te verduurzamen. Dat kunnen we nu niet onderuit schoffelen.”

Onlangs is de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) opgericht. U was daar een voorstander van. Gaat dat niet ten koste van uw eigen Platform Bio-Energie?

“De duurzame energiebranche zit middenin in een emancipatieproces. De eerste fase was de opkomst van talrijke partijen die iets wilden met verduurzaming. Nu komen we in de fase dat we gaan formeren omdat versnippering niet werkt. De oprichting van de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie is daar een goed voorbeeld van. In de Tweede Kamer wisten ze onderhand ook niet meer met wie ze van doen hebben. Het was te heterogeen. Door als afzonderlijke organisaties het beleid af te stemmen en gezamenlijk te lobbyen worden we veel effectiever. Die professionalisering is een belangrijke emancipatiestap. Kijk naar Groen Gas Nederland. Het was toch ook veel effectiever om te fuseren met Groen Gas Mobiel? Je zit elkaar maar in de weg als je op bijna dezelfde dossiers apart verhaal gaat halen in Den Haag of Brussel.”

Plukt u al de vruchten van die georkestreerde belangenbehartiging voor duurzame energie?

“Nee. Nog steeds moeten we voor duurzame energie onze hand ophouden. Wat energie werkelijk kost, is nog niet in de marktprijs verdisconteerd. Voor vijftig euro vliegen naar New York. Dat kán helemaal niet. Het duurt wellicht nog even, maar uiteindelijk wordt hernieuwbare energie de norm. Met verduurzaming van de energievoorziening bevinden we ons in de voorfase. Diezelfde ontwikkeling hebben we gezien met de zure regen en de zwavel die moest worden afgevangen en dat gaat uiteindelijk ook gebeuren met fossiele energie. We gaan toe naar een systeem van beprijzing en regelgeving. De fossiele traditionele energieleveranciers gaan het moeilijk krijgen.”

De berichtgeving maakte de afgelopen tijd gewag van goedkope kolen ten koste van duurzame alternatieven. Toch bent u positief.

“Met kolen en gas zag je de combinatie van slimme technieken en concurrentiekracht. Datzelfde zie je nu met schaliegas. In Amerika ontketende het een revolutie met een groeiende economie en industrie en stijging van het aantal arbeidsplaatsen. Los van de wenselijkheid van schaliegas is het wereldwijde ongewenste effect: goedkope elektriciteit uit vieze steenkolen en schone gascentrales die stilliggen. Allemaal repercussies die horen bij een open energiemarkt. In onze contreien zet duurzame energie door. Het is slim, concurreert weliswaar nog niet, maar lost wel een wereldwijd probleem op. En uit alle berekeningen blijkt dat er een flinke portie bio-energie nodig is voor een gebalanceerde duurzame energiemix. Uit studies van verschillende internationale onderzoeksinstituten blijkt dat er voldoende biomassa beschikbaar is. De vracht-, scheep- en luchtvaart hebben niets aan zon en wind, maar wel aan bio-energie. Dat geldt ook voor de zware industrie met hun temperaturen van 1000 °C.”

De NGO’s in Nederland zetten ook flink in op een duurzame energiehuishouding. Maar u bent het niet altijd met hen eens. Waarom niet?

“De NGO’s in Nederland willen helemaal geen bio-energie. Ze willen geen meestook van houtpellets in kolencentrales of stook van houtchips in houtketels. Ze willen ook geen mestvergisting. Bij professionalisering van de duurzame energiesector hoort ook een dosis realisme. Meestook van biomassa of pellets is altijd beter dan 100% steenkool en door vergisting van mest ben je van je methaanprobleem af. De uitstoot van methaan is 23 keer zo sterk als de uitstoot van CO2. Uiteraard blijven er voldoende problemen over om te tackelen. Maar je moet ergens beginnen. Je kan niet zeggen: we hebben een Energieakkoord van 200 punten, maar 195 doen er niet toe.”

De NGO’s denken dat biomassa meer schade kan aanrichten dan oplossingen bieden voor het energievraagstuk. Hoe komt u daaraan tegemoet?

“Dat betekent voor het verbouwen van energiegewassen zorgen dat het niet ten koste gaat van voedselproductie en er geen braakliggende terreinen achterblijven die eroderen. Hetzelfde geldt voor bosbouw. Bosbouw voor planken kan samengaan met de productie van pellets. We weten wat steenkoolwinning en oliewinning met het landschap kunnen doen, daar hebben de NGO’s een punt, maar zo wil de bio-energiesector het niet. Voor bio-energie gebruiken we verantwoorde producten voor een verantwoorde toepassing. Daar zijn keurmerken voor en je ziet erop toe dat de regels worden nageleefd. Dat principe zou leidend moeten zijn voor alle grondstoffenwinning.”

Welke energievraagstuk houdt u momenteel met name bezig?

“Dat zijn er zoveel. Maar goed. Het wordt nog een grote opgave om de CO2-reductie van 2 °C te halen. Het Europese Emission Trading System (ETS) kende aanvankelijk harde regels. Die zijn allengs zachter geworden. Er spelen zoveel economische belangen. Dat verklaart de traagheid van processen. Schiphol weert liever ook geen vervuilende vliegtuigen uit angst voor afkalvend marktaandeel. Maar CO2-moleculen die in de atmosfeer komen, haal je er niet meer uit. We moeten echt alle zeilen bijzetten. Desnoods zetten we ook minder duurzame toepassingen in zoals CO2-opvang en -opslag (CCS). In de toekomst kunnen we dan methodieken vinden om die CO2 te verwijderen. Dat is iets heel anders dan kernafval, dat nog duizenden jaren radioactief blijft.”

Pelle-Schlichting

Wij gaan van start-up naar scale-up

OrangeGas-directeur Pelle Schlichting is positief gestemd. Het gaat in zijn ogen steeds beter met de groengassector. Hij noemt Nederland een evolutionair land, waar alle problemen stuk voor stuk worden opgelost. En dat zet onderhand zoden aan de dijk. Zijn doel is binnen afzienbare tijd de activiteiten van OrangeGas te verbreden. “In de kern zijn wij er voor alle duurzame transportoplossingen.”

  

Vanwaar uw optimisme?

“De markt heeft een enorme groei doorgemaakt ten gunste van groen gas. De infrastructuur voor tanken op groen gas is aanzienlijk verbeterd. Er zijn meer en betere automodellen op groen gas verkrijgbaar, er is een nichemarkt ontstaan voor de afvalsector en de taxibranche. De productie is toegenomen mede dankzij bedrijven als Attero en Suiker Unie. Daarnaast heeft de Audi g-tron met drieduizend groengasauto’s in Nederland een positief effect op de beeldvorming van groen gas als volwaardig alternatief voor fossiel.”

Hoe verklaart u dat succes?

“De samenleving is veranderd. Duurzaamheid is niet meer iets om je te onderscheiden, maar een voorwaarde. Als de gevolgen van vervuiling in kaart worden gebracht, wordt het een maatschappelijk issue. Dat zie je met de plastic soup in de oceaan, met de gezondheidsschade van obesitas en dat gaat nu gebeuren met fossiele brandstoffen. Groen transport zet door omdat het alternatief slechter is. In Beverwijk maken we uit rioolslib groen gas dat regionaal getankt kan worden. Dat is toch een mooie, schone en korte keten? Vergelijk dat maar eens met olie. Shell in Nigeria. We weten allemaal welke debacles zich daar hebben afgespeeld: maatschappelijk en ecologisch. Zo werkt de olie-industrie. Shell vertrekt uit de Noordpool. Dat is om economische redenen, maar in het maatschappelijk debat heerst opluchting. Er is sprake van een kentering in de samenleving: mensen zijn klaar voor duurzame alternatieven.”

En dieselgate draagt daar nog aan bij?

“Diesel is niet schoon en wordt niet schoon. We wisten allang dat bij dieselauto’s in veel gevallen de uitstoot in de praktijk hoger ligt dan de toegestane waarden. Ook hier geldt: iets dat zo slecht voor ons is daar gaan we afscheid van nemen. Diesel is op zijn retour. Groen gas is een uitstekend alternatief voor dieselauto’s. Ik voorzie door dieselgate een switch naar groengasauto’s.”

U zal toch ergens nog een wensenlijstje hebben als ondernemer?

“Veel initiatieven stranden toch op regelgeving. Het uitgangspunt zou moeten zijn: als er geen regels voor zijn, dan mag het. We moeten wat groter leren denken. De overheid schept de kaders en de markt gaat aan de slag. Vraag je bij regelgeving af: hoeveel nut heeft het en hoeveel last levert het op? Er worden zeer strenge eisen gesteld aan de specificaties van gas en de certificering ervan. De netbeheerders zien daar strikt op toe, dat is hun taak. Maar het belemmert ons als duurzame leverancier. Wij worden bij onze fabrieken aangeslagen voor transportkosten door het gasnet, terwijl we helemaal niets transporteren. Maar er zit nu eenmaal een aansluiting en dat betekent automatisch dat je transportkosten moet betalen. Ook zie ik nog weinig acties terug van Tafel 4 van het Energieakkoord.”

Noemt u eens een positieve maatregel?

“De Autobrief 2016 is voor ons gunstig nu de bijtelling voor zuinige diesels en plug-ins wordt bijgesteld. We bereiken nu het level playing field dat de mobiliteitssector al zo lang bepleit: alle duurzame technologieën onder hetzelfde fiscale regime. Doordat groengasauto’s fiscaal net zo aantrekkelijk worden als elektrisch of hybride zal de vraag ernaar toenemen.”

Hoe ervaart u de fusie tussen Groen Gas Nederland en Groen Gas Mobiel?

“Wij zijn de partijen voor de energietransitie op het gebied van biogas. Die moesten wel fuseren. De sector is gebaat bij korte ketens. Nu overzien we het speelveld beter. Als je geen zicht op elkaars activiteiten hebt, kun je elkaar ook per ongeluk tegenwerken. Hoe meer clustering als sector, hoe beter. Ik zou graag zien dat we meer samenwerken met de Vereniging Groen Gas Producenten (VGGP). Als ook de groengasproducenten aan tafel zitten dan spreek je pas echt over een korte keten.”

Van welke subsidies maakt u gebruik?

“Ik prijs me gelukkig dat we uitsluitend investeringssubsidies hebben en geen exploitatiesubsidies. Wij moeten zorgen dat we winst maken. Dat maakt inventief. De werkwijze met SDE+ is een vreemd systeem. Mogelijk wordt de waarde van de Groengas-certificaten verrekend met de subsidie. Op deze manier worden ondernemers er niet toe gedwongen voor de volle 100% rendement te halen. Als ik minder efficiënt produceer, voel ik dat direct in mijn portemonnee. Er zijn partijen die verdienen aan groen gas en partijen die geld maken met groen gas.”

Wat bedoelt u met geld maken met groen gas?

“Wij zijn toe aan de volgende stap: van startup naar scale-up. Binnen vijf jaar willen we het aantal groengastankstations van OrangeGas hebben uitgebreid van zestig naar honderd en dan met name op kwaliteitslocaties. Tevens is de korte keten een strategisch doel. Scale-up betekent ook impact maken. Daarom gaan we ons aanbod verbreden naar alle vormen van duurzame brandstoffen. Op een aantal van onze tanklocaties komen binnenkort snellaadpalen voor elektrische auto’s. Onze ambitie is om ook elektrisch, waterstof en vloeibaar CO2 aan te bieden.”

Annita Westenbroek

Grondstoffenprobleem groter dan energieprobleem

Annita Westenbroek is al ruim vijf jaar hét gezicht van het Dutch Biorefinery Cluster. In het cluster werkt een groot aantal industriële partijen samen afkomstig uit de agro-, zuivel-, diervoerder-, tuinbouw- en papiersector. Wat hen bindt is het geloof dat verduurzaming van de industrie samen gaat met economische groei. Maar dan moet er wel eenzelfde waardering komen voor biomaterialen als voor bio-energie.

 

Wat is het probleem?

“Tot voor kort heerste nog de lineaire manier van denken: van een boom maken we papier, van een aardappel zetmeel en van suikerbiet suiker. We hebben één grondstof, één product en een aantal reststromen. Soms worden deze reststromen ingezet als veevoer, soms wordt er nog energie van gemaakt. Maar vaak gebeurt er helemaal niets. In die reststroom zitten wél waardevolle componenten als eiwitten, mineralen en vezels, die met bioraffinage zijn te isoleren. Met de snelgroeiende wereldbevolking en toenemende welvaart in opkomende economieën, neemt de grondstofbehoefte toe. Het belang van bioraffinage de komende decennia is onomstotelijk. Maar de overheid geeft een andere prikkel.”

Hoe bedoelt u?

“Het doel van de overheid is: zo snel mogelijk de duurzame energiedoelstellingen halen. Dat is het criterium. Er wordt niet gekeken naar hoe dit zo efficiënt, rendabel of duurzaam mogelijk kan. Terwijl er voldoende kansen zijn om efficiënt en rendabel bio-energie te produceren. Maar er is momenteel geen incentive om rendabel te worden. Wetgeving verhindert zelfs de toepassing van reststromen, zoals het verbod op digestaat van mestvergisting als nutriënt. Zet je stromen direct in voor elektriciteit, voor warmte, of stop je het in het aardgasnet dan doe je het volgens de richtlijnen van de overheid goed. Deze werkwijze stimuleert de productie van biogas, maar slaat de waardevolle stap van valorisatie over. De subsidies kunnen flink omlaag als we een deel van de grondstof gebruiken voor hoogwaardiger toepassingen of de energie op een efficiëntere wijze benutten. Als biogas rechtstreeks aan de warmtekrachtcentrales van de industrie wordt geleverd, kan de kostbare opwerking tot aardgas achterwege blijven. Dat is pas efficiënt.”

Waarom pakt het bedrijfsleven deze handschoen niet op?

“Dat doen we juist wel. De industrie kijkt naar duurzame en rendabele toepassingen die niet direct omvallen als de subsidie wegvalt. Daar zijn de business cases op gestoeld. We zijn afhankelijk van een mondiale economie en dat wat de industrie doet, moeten in the end rendabel zijn.”

Wie moet dit dan oplossen?

“De overheid kan hier bijspringen. Wij zouden heel goed biogas kunnen gebruiken voor industriële processen, maar biogaslevering aan de industrie komt nog nauwelijks van de grond, terwijl dit wel efficiënter en rendabeler is. Terugleveren aan het aardgasnet is nu eenmaal veel makkelijker en sneller geregeld. De overheid kan een aantal maatregelen nemen. Denk aan stimuleringsmaatregelingen voor de meest efficiënte en rendabele initiatieven, investeringen in de pijpleidingen van een vergister naar een industrieel complex en afnamegaranties van restproducten. De industrie en de biogassector kunnen elkaar veel meer aanvullen. Er zijn nog zoveel slimme toepassingen te bedenken voor het gebruik van restwarmte, water en nutriënten.”

Overvraagt u de overheid niet?

“Nee. We doen geen groot beroep op de overheid. Die garantstelling kost geen geld en levert in het overgrote deel van de gevallen geen enkel probleem op. Het is veel goedkoper dan subsidies. Nogmaals, de industrie is zo georganiseerd dat langjarige contracten niet passen in een mondiaal speelveld. Bioraffinage is in veel gevallen nog niet helemaal rendabel dus investeert de industrie er niet in. Maar we kunnen wel stellen dat bioraffinage rendabeler is dan alleen bio-energieproductie. Als we dat meer kunnen stimuleren, dan gaan we echt toe naar een biobased economy met zowel valorisatie als energetisch rendement. Dat is pas ketenefficiency. Wat betreft het gebruik van bio-energie door de industrie liggen er tal van business cases op de plank die we morgen kunnen gaan uitvoeren.”

Geeft u eens een voorbeeld van zo’n business case?

“Biogas wordt al decennialang geproduceerd door bedrijven met een anaerobe waterzuivering. Smurfit Kappa Roermond Papier haalt meer dan 5% van hun energiebehoefte uit eigen biogas. Zonder subsidie. Zo is er meer mogelijk. Veel cases hebben echter een terugverdientijd van 5 jaar of meer. Ik ken een kartonfabriek die biogas gewoon affakkelt, terwijl ze het met een investering en een terugverdientijd van 5 jaar ook zelf kunnen gebruiken. Maar het gebeurt niet. Ondertussen investeert de overheid wel in kleine vergistingsinstallaties met een terugverdientijd van 20 jaar of meer.”

U wilt iets anders dan het Energieakkoord?

“We hebben een groter grondstoffenprobleem dan energieprobleem. Het Energieakkoord zorgt voor een locked in-effect. Biomassa wordt direct omgezet in energie. Er is daarmee 12 jaar lang geen stimulans het eerst te verwaarden, terwijl de vraag naar niet-fossiele grondstoffen verder zal toenemen. We hebben de food-for-fuel-discussie gehad die tot maatschappelijke beroering heeft geleid. Die zal ook komen voor alle grondstoffen, zolang er geen eerlijk speelveld is. Maar het is niet zo dat we het Energieakkoord per se willen openbreken, er moeten extra stimuleringsmaatregelingen komen. Zodat én de afspraken in het Energieakkoord worden behaald, én we werken aan een duurzame, efficiënte economie met voldoende grondstoffen en werkgelegenheid.”

Waar pleit u concreet voor?

“Exploitatiesubsidies voor rendabele projecten. Stimulering voor díe industriële projecten, waar met veel minder geld veel meer effect te behalen is en die uiteindelijk zonder subsidie ook economisch zullen blijven draaien. Kortom: we moeten naar een systeem met meer energetisch én economisch rendement uit biomassa, zodat we de waardevolle complexiteit van de natuur zoveel mogelijk benutten.”

U ijvert ook voor mestvalorisatie. Dat gaat in een moeite door?

“Ja, want daar speelt exact hetzelfde. Er liggen kansen voor bioraffinage in de vorm van mineralen, fosfaatkorrels, eiwitten en vezels. Wij bepleiten op de lange termijn voor grootschalige mestvergisting vanaf honderdduizend ton mest in samenwerking met de naburige industrie. Dan cluster je de mogelijkheden voor bioraffinage en bio-energie met een centraal regiepunt voor mestvalorisatie-initiatieven. We weten dat het kan. Mooi voorbeeld is de nieuwe Ecoson Biofosfaatfabriek in Son die in oktober 2014 werd geopend. Daar wordt uit dierlijke mest groen gas geproduceerd en een fosfaatrijke organische mestkorrel voor de toepassing in fosfaatarme landbouwgebieden.”

Jorg-Gigler-3

We moeten nu gaan nadenken over 2030

Gigler houdt zich ruim een decennium met hernieuwbaar gas. Als directeur van het TKI Gas volgt hij de innovaties op de voet. Hij ziet het speelveld geleidelijk veranderen. Door de vlucht die verwaarding van biomassa momenteel neemt, werken gassector en industrie steeds meer samen. Hij gelooft dat sociale innovatie – samenwerking door regionale partijen – de sleutel is voor succesvolle energieprojecten. Voor de overheid heeft hij ook een boodschap: aanpassen van regelgeving is een doeltreffend en goedkoop instrument en brengt de markt direct in beweging. In de nabije toekomst zal sturing op CO2-emissiereductie meer nadruk gaan krijgen, verwacht Gigler.

  

Operational excellence

“Tien jaar geleden had de gassector nauwelijks belangstelling voor groen gas. Het credo van de sector is operational excellence. Zo goed en zo veilig mogelijk gas naar afnemers brengen. Daarin scoort Nederland hoog in vergelijking met de ons omringende landen. Daar paste groen gas op basis van biomassastromen niet tussen. Toen steeds meer boeren bij de gassector aanklopten om groen gas in het gasnetwerk te injecteren, sijpelde ook hier langzaam het besef door dat hernieuwbaar gas mogelijk was, het gasstelsel zich daarvoor leent en dat er talrijke toepassingsmogelijkheden voor zijn. Zo is de gassector geleidelijk in groen gas geïnteresseerd geraakt. Waar we tot voor kort nog eendimensionaal dachten: uit biomassa maken we gas, ontstaat er nu alweer een compleet nieuw spectrum met bioraffinage. Groen gas heeft eerst de gassector met de agrosector verbonden en nu komt daar geleidelijk de chemische industrie bij. Uit innovatie ontstaan nieuwe dwarsverbanden, blijkt maar weer.”

Dubbele verwaarding

“Innovatie is arbeidsintensief, kostbaar en vraagt veel vernuft. Hier verander je niks aan. Aan nieuwe technologie wordt ook nog eens de eis gesteld dat deze snel marktrijp is, dat wil zeggen een hoog potentieel vertegenwoordigt, efficiënt werkt en goedkoop is. Dat is allemaal niet niks. Ik verbaas me er wel eens over dat het complexe karakter van innovaties zo wordt onderschat. De overheid wil graag dat de markt het voortouw neemt. Terwijl het juist de overheid is die innovaties in de biogassector een enorme impuls kan geven door, bijvoorbeeld, regelgeving aan te passen. Waarom gaat dat altijd zo traag? Toen co-vergisting interessant werd, mocht er bijna niets aan het vergistingsproces worden toegevoegd. Nu zie je dat de toelating van cosubstraten mooie ontwikkelingen in gang zet. Bermgras dat eerst werd gestort of verbrand, maar waar nu zowel eiwitten als energie uit worden gehaald; dubbele verwaarding dus. In vergelijking met innovatieve technologie is regelgeving een goedkoop en gemakkelijk instrument met een enorme impact op de ontwikkeling van de biobased economy en hernieuwbaar gas. Dat is echt zo.”

Sociale innovatie

“Ik geloof sterk in sociale innovatie. Kijk naar de zuivelsector die nu verantwoordelijkheid neemt voor de gehele keten. Melkcoöperaties ondernemen al meer dan honderd jaar gezamenlijk. Dat kunnen ze. Maar dan moeten ze wel het nut ervan inzien. Het zijn tenslotte ondernemers. Het zou mooi zijn als boeren rond hun eigen erf gaan samenwerken door lokaal de verantwoordelijkheid te delen voor een mestvergister voor het recirculeren van materialen en mineralen. Die sociale innovatie werkt op lokaal en kleinschalig niveau. Ga je het industrieel aanpakken, dan zijn het niet meer vier of vijf boeren die rendabel biogas moeten produceren, maar dan zijn het er opeens vijftien of twintig of nog meer. Dat klinkt mooi, maar is lastiger rendabel te krijgen omdat er meer en grotere risico’s zijn.”

CO2-akkoord

Tot nu toe ligt de focus heel sterk op de productie van duurzame energie en daar is de beloning op afgestemd via de SDE voor hernieuwbare energie. Melkveehouders hebben misschien wel meer belang bij het belonen voor methaanreductie en verwaarding van reststromen dan bij petajoules. Dat is echter nog niet geregeld. Het Energieakkoord is nodig om de transitie naar hernieuwbare bronnen met concrete projecten van de grond te tillen met een duidelijke focus op 2020/2023. We moeten nu gaan nadenken over de veranderingen die we rond 2030 teweeg willen brengen. We schuiven op naar recirculatie van mineralen, methaanreductie en CO2-reductie. We kunnen met biobased toepassingen in de industrie veel meer CO2 -uitstoot verminderen dan waar nu een waardering voor beschikbaar is.

Fatsoenlijke prijs

“Melkveehouders dragen veel meer bij aan het oplossen van het klimaatprobleem bij mestvergisting. Ze leveren niet alleen duurzame energie in de vorm van gas, elektriciteit en warmte, maar reduceren ook broeikasgassen als methaan en lachgas. Dus dan is het slim om daar het beleid op af te stemmen zodat het milieuvoordeel maximaal is. En ook hier weer kan de overheid het verschil maken met CO2-beprijzing. Nu is er nog geen goede prikkel bij een CO2-prijs van € 6 per ton CO2. Er is nog geen serieuze markt van vraag en aanbod waar CO2 een fatsoenlijke prijs krijgt. Dat is het gevolg van een internationaal systeem met veel grote belangen. Ik hoop dat de top in Parijs dit najaar iets zal opleveren, maar dat is allesbehalve zeker. Ik denk dat we, zoals ook het recente rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) bepleit, toe moeten naar een CO2–akkoord met landen die CO2-beprijzing serieus nemen. Noorwegen is daar een goed voorbeeld van. We zouden daar in Noordwest-Europa een begin mee kunnen maken.”

Duurzame teelt

“We zien dat de toenemende vraag naar biomassa ook tot nieuwe oplossingen leidt. De food for fuel-discussie staat al in een ander perspectief met de zoektocht naar duurzame teelt van biomassa. Er lopen talrijke experimenten voor de teelt van biomassa op slechte grond. Mooi voorbeeld is HarvestaGG dat van plan is om in Groningen grassen te verwerken tot veevoer en bio-LNG voor het zwaar transport. Past prima in de teeltwisseling en is prachtige innovatie.”

Dom

“Wij mensen zijn aan de ene kant heel dom: we beschermen onze belangen en doen het liefst wat we altijd al deden, want verandering leidt tot chaos. Maar van de andere kant zijn we zo ongelofelijk creatief. Er breken altijd mensen door met nieuwe inzichten. Zodra er een behoefte ontstaat, wordt er geëxperimenteerd. En dat kan leiden tot aardverschuivingen. Dat hebben we gezien bij bijvoorbeeld de telecomsector en dat gaan we nu ook meemaken bij de energievoorziening en grondstoffenmarkt. Sterker nog: we zitten er al middenin!”