Routekaart Groen Gas presenteert de beleidsmaatregelen voor opschaling van de groengasproductie

Op 30 maart 2020 heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de Routekaart Groen Gas gepresenteerd. Hierin beschrijft de minister de nut en noodzaak van de opschaling van de groengasproductie om de klimaatdoelstellingen te halen. Hij benoemt een aantal beleidsmaatregelen en focuspunten om deze opschaling te faciliteren; (1) SDE++ en verkenning van alternatieve instrumenten, (2) innovatie en de nodige randvoorwaarden, (3) duiding bijdrage ter verduurzaming van eindgebruikssectoren.

Dit artikel geeft een samenvatting van de Routekaart Groen Gas.

Nut en noodzaak

Gasvormige energiedragers blijven noodzakelijk voor ons energiesysteem, zowel nu als in de toekomst. Om in 2050 tot een volledig duurzaam energiesysteem te komen is voorspeld dat 30-50% van het finale eindverbruik uit gasvormige energiedragers moet komen.

Op dit moment maakt nog 90% van de Nederlandse huishoudens gebruik van aardgas. Voor een deel van de gebouwde omgeving zoals historische binnensteden en plattelandsgebieden zijn er beperkte alternatieven voor gasvormige energiedragers. Groen gas biedt de mogelijkheid deze locaties verduurzamen. Ook de industrie is afhankelijk van gasvormige energiedragers. Groen gas kan hogetemperatuurwarmte leveren aan de energie-intensieve industrie en biedt de chemische industrie (koolstof)moleculen die nodig zijn voor het maken van energie en grondstoffen. De mobiliteitssector heeft ook gasvormige energiedragers nodig voor de opslag en vervoer van elektriciteit en voor zwaar transport zoals scheepsvaart en luchtvaart. Groen gas en waterstof bieden hier een mogelijkheid. Daarnaast kan groen gas een rol spelen bij de elektriciteitsproductie door piekvermogen te leveren bij een hoge elektriciteitsvraag, of bij lage elektriciteitsproductie als weersomstandigheden tegen vallen.

Ontwikkelingen in de sector

Al enkele decennia wordt biogas geproduceerd door middel van vergisting. Een deel hiervan wordt opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit en als groen gas ingevoed in het gasnet. De vergistingssector heeft een sterke ontwikkeling doorgemaakt en de hoeveelheid energie die hierdoor vrijkomt steeg de afgelopen decennia flink (2,3 PJ in 2000, 6 PJ in 2010 en 9,6 PJ in 2018). Doordat vergistingsprojecten vaak van secundaire belang zijn voor individuele partijen – een manier om de reststromen te verwerken – zijn er ten opzichte van opschaling, bedrijfsontwikkeling en sectororganisatie nog wel de nodige stappen te zetten.

Veelbelovend voor de groengasproductie zijn twee nieuwe innovatieve technologieën: thermische en superkritische vergassing. Deze richten zich primair op gasproductie maar zitten op dit moment nog in de demonstratiefase. Hoewel de eerste resultaten hiervan veelbelovende zijn is opschaling cruciaal om aan de toenemende vraag naar groene energiedragers te voldoen en de klimaatdoelen te behalen. De uitdagingen voor deze sector ligt in het uitontwikkelen van de technologie en de verwachte kostenreductie door opschaling realiseren.

Overheidsinzet

Minister Wiebes onderschrijft in zijn brief de noodzaak van overheidsinzet om de cruciale rol van CO2-vrije gassen in ons toekomstige energiesysteem te faciliteren. Hiervoor heeft hij een aantal maatregelen op de beleidsagenda gezet.

SDE++ en verkenning van alternatieve instrumenten

Op korte termijn moet de subsidieregeling SDE++ het primaire instrument zijn en blijven voor het stimuleren van de groengasproductie. Ook de wenselijkheid en mogelijkheid tot het stimuleren van ander CO2-vrij gas met deze subsidieregeling wordt door minister Wiebes bekeken. Daarnaast richt hij zich op mogelijke alternatieve instrumenten om een significante groei in de sector te stimuleren. Een aparte subsidieregeling is in het bijzonder interessant voor vergassingsinstallaties. Deze hebben de potentie tot de nodige opschaling van groengasproductie maar hebben op dit moment onvoldoende steun aan de SDE++. De minister zegt toe de volgende instrumenten nader te onderzoeken: (1) een aparte subsidieregeling voor groen gas of CO2-vrije gassen, (2) een bijmengverplichting voor groen gas in de gebouwde omgeving en/of industrie, en (3) een verlaging van de energiebelasting op groen gas.

Innovatie

De minister heeft TKI Nieuw Gas gevraagd een innovatieagenda groen gas op te stellen. Deze innovatieagenda moet helderheid bieden over welke innovaties de meeste potentie hebben bij te dragen aan de doelen uit het Klimaatakkoord en op welke wijze deze innovaties het beste in de praktijk gebracht kunnen worden.

Randvoorwaarden

Minister Wiebes geeft aan dat het een noodzakelijk randvoorwaarde is dat de biomassa die als basis geldt voor groen gas duurzaam gewonnen en verwerkt moet worden. De basis voor de groengasproductie zal voor ongeveer 80-90% bestaan uit natte biomassa, zoals gft-afval, mest en rioolslib. Voor het overige gedeelte wordt droge biomassa ingezet, zoals resthout. Door innovatieve vergassingstechnieken is er ook een potentie dat andere reststromen, zoals brandstoffen uit afval (RDF) en plastics mogelijke een rol spelen in de groengasproductie. Naast de huidige duurzaamheidscriteria voor biomassa die uiteraard al van toepassing zijn, ontwikkelt het kabinet een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa. Deze wordt in het tweede kwartaal van 2020 verwacht.

Om de productie van groen gas op te schalen zijn locaties nodig voor de vergisting- en vergassingsinstallaties. Op dit moment is het aantal geschikte locaties beperkt door het ontbreken van goede transportroutes voor biomassa, een mogelijk gebrek aan lokaal draagvlak of het ontbreken van ruimte in bestemmingsplannen. Minister Wiebes heeft Energiebeheer Nederland (EBN) verzocht onderzoek te verrichten naar de potentie van het hergebruiken van mijnbouwlocaties en -leidingen op land. Het voordeel hiervan is de huidige aansluiting op het gastransportnet en dat energieproductie op industriële schaal voor de omgeving niet nieuw is. Voorlopige resultaten van dit onderzoek bieden hoop: 30 mijnbouwlocaties hebben de potentie tot hergebruik als groengasproductielocatie.

De groengassector maakt positieve ontwikkelingen door maar Minister Wiebes benadrukt dat verdere professionalisering door de gehele sector van belang is. Hij doet een dringend beroep op de sector om te komen tot centrale en integrale sectororganisatie (waar de sector al de eerste stappen in heeft gezet) en benadrukt het belang van kennisdeling en gedragsregulering.

Verduurzaming eindgebruik

De vraag naar groen gas stijgt, terwijl het aanbod afhangt van het realiseren van de opschaling van de productie. Daarom pleit minister Wiebes voor het adequaat alloceren van groen gas. Groen gas is in principe voor alle sectoren inzetbaar. Het is belangrijk om groen gas ook in de toekomst efficiënt en op de juiste plek in te zetten. Prioritering zal noodzakelijk zijn. Voor minister Wiebes is groen gas het sluitstuk van de energietransitie en moet het worden ingezet daar waar alternatieve verduurzamingsstrategieën technisch of economisch niet haalbaar zijn.