Welkom bij de Versnellingstafel
vergisting en vergassing

De Versnellingstafel vergisting en vergassing komt voort uit het energieakkoord. De ambitie is dat deze Versnellingstafel concrete voorstellen doet zodat in 2023 minimaal 23 PJ duurzame energie wordt geproduceerd via vergisting en vergassing. Dat is een flinke ambitie: eind 2015 werd 10,8 PJ duurzame energie geproduceerd uit vergisting en vergassing. Het doel is dus om binnen drie jaar meer dan 12 PJ extra te produceren.

Op deze pagina’s staan de ideeën en mogelijkheden om extra petajoules te produceren. Deze ideeën zijn uitgewerkt in actiepunten, die vindt u in het actieplan. Daarin is zeker ruimte voor nieuwe goede ideeën en acties. Heeft u suggesties dan kunt u contact opnemen met de leden van de Tafel.

Versnellingstafel_1

Tabel herkomst extra PJ’s

De gegevens zijn o.a. afkomstig van interviews met spelers in de biogassector (o.a. uit het netwerk van Groen Gas Nederland) en laat zien wat zij haalbaar achten, de zogenaamde wisdom of the crowd.

Volgens de Versnellingstafel realiseerbaar in 2023 (bovenop bestaand)

Route Karakterisering Totaal Bruto eindverbruik (PJ)
min max
1a. Monomestvergisting (melkvee) Grote bedrijven en groepen van 5-10 boeren, minimaal 5000 m3 mest/bedrijf 1,0 2,4
1b. Monomestvergisting (varkens) Groepen van bedrijven 0,6 0,9
2. Mestcovergisting. diverse bedrijven, focus op goedkope biomassa (bermgras) en uitbreiding (kwart/helft) capaciteit van bestaande vergisters Middelgroot 0,6 1,9
Zeer groot 0,9 2,4
Uitbreiding vergisters 0,4 0,8
3. RWZI’s Gestage uitrol (concept energiefabriek) 1,0 2,0
4. AWZI’s Bijdrage beperkt, veelal elektriciteit en warmte 0,1 0,2
5. Overige vergisting Inzet van rest- en afvalstromen (gft, slachtafval enz.) 1,6 3,2
6. Vergassing Inschatting 5-7 pilotprojecten, productie tot 2023 beperkt 0,4 1,0
7. Superkritische vergassing Interessant voor industriële omzetting mest, heeft nog ontwikkeltijd nodig 0,7 1,6
Totaal (afgerond) PJ 7,3 16,4

Nu we een indicatie hebben hoeveel PJ’s momenteel worden geproduceerd en van wat haalbaar zou moeten zijn, wordt duidelijk hoe ambitieus de doelstellingen zijn. De Nationale Energieverkenningen maken ook ieder jaar een inschatting van de potentie en geven aan dat ze in 2023 verwachten dat er zo’n 15,2 PJ geproduceerd zal worden. Deze Versnellingstafel zal daarbovenop dus nog moeten resulteren in 8 PJ extra.

1 PJ komt overeen met ca. 28,4 miljoen Nm3 groen gas of 50 miljoen Nm3 biogas.
Om een voorstelling te maken van wat 8 PJ extra betekent zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan 1 vergister per provincie die 19 miljoen Nm3 groen gas per jaar produceert.

Potentie (ten opzichte van nationale energieverkenning 2016)

Huidige situatie 2016 (CBS) 10,8 PJ
Extra mogelijk volgens Versnellingstafel 7,4 PJ (min) 16,2 PJ (max)
Totaal 2023 18,2 PJ (min) 27,0 PJ (max)
Nationale energieverkenning 2023 15,2 PJ
Doel 23,2 PJ
De Versnellingstafel vergisting en vergassing komt voort uit het Energieakkoord. De ambitie is dat deze Versnellingstafel concrete voorstellen doet zodat in 2023 minimaal 23 PJ duurzame energie wordt geproduceerd via vergisting en vergassing.

Waarom een Versnellingstafel vergisting en vergassing?

In het energieakkoord is afgesproken de energievoorziening te verduurzamen met in totaal 186 PJ eindverbruik in 2023. Die 186 PJ geldt voor de zogenoemde Overige Hernieuwbare Energie (OHE) buiten wind op land, wind op zee en bij- en meestook van duurzaam geproduceerde biomassa.

2020 zou een tussenbalans van 174 PJ voor de OHE moeten laten zien. Dat is 40 PJ hoger dan wordt verwacht op basis van de Nationale Energieverkenning van eind 2015. Voor het realiseren van deze 40 PJ extra zijn vijf versnellingstafels ingesteld door de samenwerkende ministeries en de brancheorganisaties VNO-NCW, VEMW en NVDE. De Versnellingstafel vergisting en vergassing is een van deze tafels.

De extra PJ’s in 2020 worden niet primair gezocht in nieuwe wet- en regelgeving, maar in de aanpassing van bestaand beleid. Voor de periode tot 2023 kunnen zowel nieuw beleid als beleidsaanpassingen effect sorteren.

Versnellingstafel_2

Route mest(co)vergisting

Mestvergisting kan in potentie een belangrijke bijdrage leveren aan de duurzame energiehuishouding in de toekomst. Door twee derde van alle in Nederland vrijkomende mest te vergisten, zouden we in staat zijn om de gewenste 23 PJ te produceren. Nu is het niet realistisch dat in de nabije toekomst twee derde van alle in Nederland vrijkomende mest mono wordt vergist. Het gaat er hier vooral om het krijgen van een gevoel bij de opgave die voor ons ligt.

Mest bevat niet zoveel energie, de meeste energie is door het dier al omgezet in melk, vlees en eieren. Om die reden werken veel vergisters volgens het covergistingprincipe: ze gebruiken minimaal 50% mest (50% is een wettelijke verplichting) en de rest wordt aangevuld met biomassastromen die meer energie leveren. Nadeel is dan wel dat alles wat na vergisting overblijft (het zogenaamde digestaat, ongeveer 90% van wat erin gaat) als mest gezien wordt en daar hebben we eigenlijk al te veel van. Dit type projecten zien we daarom vaak samen met nageschakelde technieken die het digestaat verwerken en een deel geschikt maken om te exporteren. Export speelt een belangrijke rol in veel mest(co)vergistingsbusinesscases. Indien export niet mogelijk is moet het digestaat op een kosteneffectieve manier worden verwerkt tot producten waarvoor wel een markt is.

Monomestvergisting zien we in toenemende mate terug bij melkveehouders. Bij deze bedrijven is energieproductie maar een van de doelen naast klimaatbescherming en verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. Monovergisting van varkensdrijfmest is op dit moment economisch uitermate uitdagend. De afgelopen jaren is veel onderzoek verricht om via een voorbehandeling de varkensmest zodanig te ontsluiten dat er aanzienlijk meer biogas kan worden geproduceerd. Momenteel zijn zowel op boerderijschaal als ook grootschalige projecten voor monomestvergisting van varkensmest in aanbouw. Op proefbedrijven is ook aangetoond dat monovergisting van varkensmest mogelijk is.

In 2015 produceerden mestcovergisters in Nederland gezamenlijk 4,2 PJ aan duurzame energie. Een deel ervan onder een MEP-subsidie en een ander deel met behulp van een SDE-subsidie. Omdat de MEP-subsidies zo goed als allemaal in 2016 beëindigd zijn, leveren die geen bijdrage aan de klimaatdoelen in 2023. Projecten met een SDE krijgen twaalf jaar subsidie; die zouden in 2023 dus nog wel kunnen bijdragen zo lang ze niet voor 2011 zijn begonnen met produceren. Het is belangrijk om op te merken dat het aanbod van geschikte biomassa beperkt is en de vraag fors. Feitelijk is er al een tekort, wat de prijs doet stijgen. Import van biomassa is dan ook voor de hand liggend en onvermijdbaar om de productiedoelstellingen te kunnen halen. Verwerking van het digestaat uit de vergisters is dan wel noodzakelijk om te voorkomen dat het mineralenoverschot in Nederland toeneemt.

In totaal zijn voldoende beschikkingen afgegeven om ruim 10 PJ te produceren via mest-covergisting. Op dit moment is daarvan 2,5 PJ gerealiseerd en de verwachting is dat niet alle afgegeven beschikkingen ook echt zullen leiden tot productie. De Nationale Energie-verkenningen gaan ervan uit dat in 2023 6 PJ wordt geproduceerd via deze route. Deze Versnellingstafel denkt dat het maximaal 12,5 PJ kan zijn als alle potentiële belemmeringen worden opgeheven. Dat betekent dat er nog capaciteit voor 10 PJ moet worden bijgebouwd.

Mest(co)vergisting 3,6 – 8,3 PJ

Mest(co)vergisters 2015 4,2 PJ
Mest(co)vergisters (beschikt) 10,4 PJ
Waarvan gerealiseerd 2,5 PJ
Nationale Energieverkenning 2023 6,0 PJ
Ambitie Versnellingstafel 2023 12,5 PJ (max)
Bovenop bestaande installaties 10,0 PJ
Versnellingstafel_3
Wat is nodig voor realiseren van 12,5 PJ in 2023?
  • Alle bestaande installaties produceren 100% in 2023 (2,5 PJ)
    De installaties die nu een SDE+-subsidie hebben en al produceren moeten evenveel produceren als is aangevraagd in hun SDE+-beschikking. Dat is niet vanzelfsprekend omdat aanvragers eerder geneigd zijn iets teveel aan te vragen dan te weinig.
  • Alle overige beschikte vergisters produceren 100% in 2023 (7,9 PJ)
    Vergisters die al een subsidiebeschikking hebben maar nog niet produceren moeten allemaal worden gerealiseerd. Ook dat is niet vanzelfsprekend omdat tot dusverre ongeveer 60% van alle projecten met een beschikking de eindstreep haalt.
  • Drie zeer grootschalige installaties (2 PJ)
    Op een aantal locaties worden op dit moment zeer grootschalige installaties gerealiseerd die ieder meer dan 20 miljoen Nm3 groen gas per jaar gaan produceren. Daarvan zijn er nog drie extra nodig.
  • Jumpstart met 200 installaties (0,36 PJ)
    Jumpstart is een programma van FrieslandCampina en Groen Gas Nederland bedoeld om kleinschalige mestvergisting een flinke impuls te geven. Jumpstart heeft een eigen uitvoeringsorganisatie. Zie www.jumpstartua.nl.
Jumpstart is een programma van FrieslandCampina en Groen Gas Nederland bedoeld om kleinschalige mestvergisting een flinke impuls te geven.

Route RWZI/AWZI

Op riool- en afvalwaterzuiveringen kan biogas geproduceerd worden als bijproduct van het zuiveringsproces. dit gebeurt nog niet op alle locaties. de waterschappen hebben een concept ontwikkeld waarbij waterzuivering en energieproductie hand in hand gaan, de zogenaamde energiefabriek. In het verlengde daarvan is de grondstoffenfabriek die naast energie grondstoffen produceert.

Op dit moment produceren de riool- en afvalwaterzuiveringen samen ca. 3,5 PJ. Met name vanuit de afvalwaterzuiveringshoek ontbreekt het aan actuele cijfers. De laatste jaren is er redelijk wat capaciteit bijgebouwd en omdat de installaties niet primair bedoeld zijn voor energieproductie wordt de hoeveelheid geproduceerde energie niet altijd goed geregistreerd. Er zijn op dit moment weinig projecten (0,1 PJ) die een beschikking hebben maar nog niet produceren.

De Nationale Energieverkenningen verwachten dat in 2023 de RWZI’s 2,4 PJ aan duurzame energie uit biogas produceren. De ambitie van de Versnellingstafel is 5 PJ waar op dit moment 3,5 PJ wordt geproduceerd (en 0,1 PJ onderweg is). Dat betekent dat een extra inspanning van 1,4 PJ nodig is.

RWZI/AWZI 1,1 – 2,2 PJ

RWZI’s 2015 1,9 PJ
AWZI’s 2012 1,6 PJ
RWZI (SDE 2014 – 2016-I) 0,1 PJ
Nationale Energieverkenning 2023 2,4 PJ
Ambitie Versnellingstafel 2023 5,0 PJ
Bovenop bestaande installaties 1,4 PJ

 

Wat is nodig voor realiseren van 5 PJ in 2023?
  • Ook de kleinere rioolwaterzuiveringen gaan energie produceren (0,75 PJ)
    Op dit moment zijn het vooral de grotere rioolwaterzuiveringen die energie produceren. Bij de kleinere zuiveringen is nog best wat potentieel dat niet ontsloten werd omdat de subsidie voornamelijk was toegespitst op grootschalige installaties. Dat is nu aangepast waardoor ook deze installaties kunnen gaan bijdragen.
  • Twee covergistingsinstallaties die samenwerken met een RWZI
    Bij de RWZI in Harderwijk wordt een grote covergister gerealiseerd. Dat levert over en weer synergie-effecten op. Dergelijke projecten moeten we dan op nog enkele locaties kopiëren.
  • Autonome groei energiefabriek (0,5 PJ)
    Het concept van de energiefabriek is nog niet overal volledig geïmplementeerd, maar op een aantal plaatsen zijn al wel plannen hiertoe ontwikkeld. Naar verwachting zal in 2023 het energiefabriekconcept nog 0,5 PJ extra toevoegen.
In de energiefabriek gaan waterzuivering en energieproductie hand in hand, in de grondstoffenfabriek worden naast energie ook grondstoffen geproduceerd.

Route overige vergisting

De categorie ‘overige vergisting’ maakt gebruik van industriële residuen of organisch afval voor de productie van biogas. In 2015 produceerde deze categorie 4,3 PJ. Het gaat hier voor een deel om vergisters die in de laatste jaren van een MEP- subsidie draaien.

Wanneer we kijken naar projecten met een subsidie die in ieder geval tot 2020 geldig is zien we dat een aantal projecten een subsidie voor verlengde levensduur heeft ontvangen. Deze zijn gezamenlijk goed voor 1,4 PJ. Daarnaast is er een flink aantal nieuwe projecten die subsidie hebben ontvangen die in staat zijn om samen 6,6 PJ te produceren.
De Nationale Energieverkenningen gaan uit van 6,8 PJ in 2023. De Versnellingstafel spant zich in om daar 7,5 PJ van te maken. Dat betekent een extra inspanning van 0,9 PJ bovenop de reeds afgegeven beschikkingen en 0,7 PJ bovenop de ramingen van de Nationale Energieverkenning.

Overige vergisting 1,6 – 3,2 PJ

Overige vergisters 2015 4,3 PJ
Overige vergisters subsidie verlengde levensduur 1,4 PJ
Overige vergisters totaal 6,6 PJ
Nationale Energieverkenning 2023 6,8 PJ
Ambitie Versnellingstafel 2023 7,5 PJ
Bovenop beschikt 0,9 PJ
Wat is nodig voor realiseren van 7,5 PJ in 2023?
  • Alle vergisters die nu in het bezit zijn van een SDE+-beschikking produceren 100% in 2023 (6,6 PJ)
    De projecten achter de 6,6 PJ aan op dit moment afgegeven SDE+-beschikkingen moeten allemaal worden gerealiseerd en ze moeten op vol vermogen produceren in 2023.
  • Bestaande gft-vergistingcapaciteit volledig benutten (0,5 PJ)
    De reeds gerealiseerde gft-vergisters draaien nog niet het hele jaar op vol vermogen. In de zomer is er voldoende gft-aanbod en lukt het wel, in de winter blijft het aanbod achter. Dit moet worden verbeterd, bijvoorbeeld door inkuilen, extra brongescheiden gft of andere biomassastromen.
  • Additionele capaciteit om alle gft-afval te vergisten (0,3 PJ)
    Niet alle gft-afval in Nederland wordt vergist, een deel wordt alleen gecomposteerd. Voor de nacompostering is altijd een deel verse gft noodzakelijk, gemiddeld is dat op dit moment ongeveer de helft. Door procesoptimalisatie kan meer gft-afval worden vergist en een hogere gasopbrengst worden behaald.
  • Capaciteit voor vergisting 50% van alle industriële residuen (1,3 PJ)
    Bij de levensmiddelenindustrie komen veel reststromen vrij die goed vergistbaar zijn. Deze worden nog lang niet altijd ingezet voor energieproductie.
De categorie ‘overige vergisting’ maakt gebruik van industriële residuen of organisch afval voor de productie van biogas.

Route thermochemisch: superkritische
en conventionele vergassing

Superkritische vergassing is een thermochemisch proces. daar waar bij vergisting bacteriën het werk doen zorgt hier hoge temperatuur ervoor dat de biomassa wordt afgebroken. superkritische vergassing vindt plaats bij hoge druk en in een waterige omgeving. dat maakt het bij uitstek geschikt voor natte biomassastromen.

Het is een nieuwe technologie die nog niet grootschalig wordt toegepast. Het eerste grote project wordt op dit moment ontwikkeld in Alkmaar en heeft een omvang van 0,5 PJ.

Een andere thermochemische technologie is conventionele vergassing of droog vergassen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van hout dat met behulp van hoge temperatuur wordt omgezet in gas. Ook dit is een nieuwe technologie die nog niet grootschalig wordt toegepast. Er zijn drie projecten met een SDE+-subsidie voor vergassing; gezamenlijk hebben ze een omvang van 0,6 PJ.

In de Nationale Energieverkenningen is nog geen rol weggelegd voor deze thermochemische routes. De Versnellingstafel denkt echter dat in 2023 via deze route 2,5 PJ geproduceerd kan worden. Dat betekent dat naast de projecten die nu ontwikkeld worden extra capaciteit voor 1,4 PJ extra zou moeten worden gebouwd.

Superkritische en conventionele vergassing 1,1 – 2,5 PJ

Superkritische en conventionele vergassing 2015 0,0 PJ
Superkritische en conventionele vergassing met SDE+ 1,1 PJ
Nationale Energieverkenning 2023 0,0 PJ
Ambitie Versnellingstafel 2023 2,5 PJ
Bovenop beschikt 1,4 PJ
Wat is nodig voor realiseren van 2,5 PJ in 2023?
  • Alle superkritische en conventionele vergassers die nu in het bezit zijn van een SDE+-beschikking produceren 100% in 2023 (1,1 PJ)
    Op dit moment wordt nog geen energie geproduceerd via deze route. Om de doelstelling te halen moeten alle huidige projecten worden gerealiseerd en moeten ze op vol vermogen draaien.
  • Twee superkritische vergassingsinstallaties vergelijkbaar met de installatie die nu in Alkmaar wordt gebouwd (1 PJ)
    Naast de huidige projecten met een SDE+-beschikking zijn nog enkele nieuwe nodig om de doelstelling te halen.
  • Twee grote vergassingsinstallaties vergelijkbaar met de installaties die een SDE+- beschikking hebben (0,5 PJ)
    Naast de huidige projecten met een SDE+-beschikking zijn nog enkele nieuwe installaties nodig om de doelstelling te halen.

Versenllingstafel_4

Contact

Ruud Paap
Groen Gas Nederland
Trekker en contactpersoon voor (superkritische) vergassing ruud.paap@groengas.nl
06 1057 9984

Rafael Lazaroms
Unie van Waterschappen
Trekker en contactpersoon voor RWZI en AWZI
rlazaroms@uvw.nl
06 5174 8465

Liane Schoonus
Vereniging Afvalbedrijven
Contactpersoon voor allesvergisting
schoonus@verenigingafvalbedrijven.nl
073 6279444

Ton Voncken
Groen Gas Nederland
Contactpersoon voor mest(co)vergisting
ton.voncken@groengas.nl
06 2155 0836